De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/4.2.5:4.2.5 Het voorstel voor een Negentiende Richtlijn
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/4.2.5
4.2.5 Het voorstel voor een Negentiende Richtlijn
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS395285:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het voorstel voor een Negentiende Richtlijn1 wordt door de Europese Commissie voorgesteld een nadere invulling te geven aan het begrip vaste inrichting. Daartoe zou aan art. 9 Zesde Richtlijn een vierde lid worden toegevoegd dat luidt:
“De uitdrukking vaste inrichting die in dit artikel wordt gebruikt, omvat elke vaste inrichting van een belastingplichtige, ook indien daar geen belastbare handeling zal worden verricht.”
Volgens de Europese Commissie werd dit artikellid toegevoegd ter verduidelijking van het begrip vaste inrichting. Het begrip vaste inrichting moest volgens de Europese Commissie altijd al zodanig worden uitgelegd dat hieronder ook een vaste inrichting viel die geen belastbare handelingen verrichtte. Een aantal lidstaten ging echter niet uit van deze benadering. Inmiddels staat dit onderwerp opnieuw ter discussie.2 Uit art. 15, eerste lid, voorstel herschikking btwverordening3 blijkt dat een vaste inrichting geen belastbare prestaties hoeft te verrichten om als vaste inrichting te worden beschouwd. Deze nadere invulling van het begrip vaste inrichting heeft naar mijn mening alleen betekenis voor regels voor de plaats van dienst die aanknopen bij de vestigingsplaats van de afnemer. Art. 15, eerste lid, voorstel herschikking btw-verordening gaat daar ook vanuit. Indien de vestigingsplaats van de dienstverrichter van belang is voor de plaats waar een dienst is belast, ligt het namelijk voor de hand heffing toe te wijzen aan het land waar zich de vestiging bevindt die de dienst daadwerkelijk verricht.