Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/5.1
5.1 Inleiding
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652255:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 18 juni 2012 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van het recht van enquête, Stb. 2012, 274; Stb. 2012, 305.
Salemink en ik telden in ARO in totaal 267 benoemingen van OK-functionarissen in de onderzoeksperiode, waarbij de benoeming van twee OK-functionarissen in één persoon (bijv. een OK-bestuurder of OK-commissaris die tevens als OK-beheerder werd benoemd) als één benoeming is gerekend. Verder hebben wij de verlenging van een aanstelling bij wijze van eindvoorziening als een afzonderlijke benoeming gerekend. Zie Broere & Salemink 2020, p. 651, voetnoot 5.
Het betreft naast civielrechtelijke aansprakelijkheidsprocedures ook strafrechtelijke procedures (par. 5.2.4), tuchtrechtelijke procedures (par. 5.2.5) en procedures rondom beslaglegging, waarover bijv. par. 5.2.7.10. Twee OK-functionarissen gaven te kennen dat zij nog niet daadwerkelijk in een gerechtelijke procedure waren betrokken, maar wel verwachtten dat dit op korte termijn zou gebeuren.
Wel kwam het eens tot aansprakelijkheid van de rechtspersoon wegens handelen van een OK-functionaris, zie Rb. ’s-Gravenhage 29 mei 2013, n.g. (Pink and Nelson), waarover ook Hermans, Winters & Van der Schrieck 2014, p. 67. In hoger beroep en cassatie hield dit (onderdeel van het) oordeel stand, zie HR 14 oktober 2016, RvdW 2016/1066 (Pink and Nelson).
In de literatuur werd ook al gesignaleerd dat OK-functionarissen steeds vaker aansprakelijk worden gesteld, waarvoor verschillende redenen worden genoemd. Zie hierover bijv. Makkink 2016, p. 254-255; Duynstee 2018, p. 129-130.
Naast de onderzoeker (waarover hoofdstuk 3) kan ook een OK-functionaris kosten van verweer maken. Na een bespreking van de aansprakelijkheidspositie van OK-functionarissen (par. 5.2), sta ik stil bij de regeling van de kosten van verweer van OK-functionarissen (par. 5.3). Ik onderzoek waaruit de kosten van verweer van OK-functionarissen bestaan en de werking van de wettelijke regeling hiervan. Verder onderzoek ik enkele instrumenten ter verbetering van de aansprakelijkheidspositie van OK-functionarissen. De kosten van verweer van OK-functionarissen vormen onderdeel van de beloning van OK-functionarissen (par. 5.3.2.8). Over de beloning van OK-functionarissen handelt hoofdstuk 4.
In dit hoofdstuk gaat geen aandacht uit naar het enquêterecht van Aruba, de BES-eilanden, Curaçao, Sint Maarten en Suriname, nu de hier geldende enquêteregelingen geen specifieke bepalingen bevatten ten aanzien van de kosten van verweer van OK-functionarissen.1
Voor dit hoofdstuk maakte ik ook gebruik van praktijkonderzoek, verricht onder alle OK-functionarissen die in de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 juli 2019 ten minste eenmaal als OK-functionaris zijn benoemd. Deze periode is zo gekozen omdat op 1 januari 2013 de wettelijke regeling voor de kosten van verweer van OK-functionarissen (art. 2:357 lid 6 BW) in werking trad.2 Onder 93 personen is eind 2019 een vragenlijst uitgezet, met vragen over het aantal aansprakelijkstellingen of de dreiging daarmee, in hoeverre OK-functionarissen daadwerkelijk in rechte zijn betrokken, daarvoor kosten van verweer hebben gemaakt en of deze kosten werden vergoed. De gebruikte vragenlijst is opgenomen als bijlage, aan het slot van dit boek. De helft (47/93) van alle in de onderzoeksperiode benoemde OK-functionarissen heeft de vragen beantwoord. De respondenten vertegenwoordigen bijna twee derde van het totale aantal benoemingen in de onderzoeksperiode.3
Bijna twee derde van de respondenten (30/47) gaf te kennen dat zij in een of meer enquêteprocedures enige dreiging met aansprakelijkstelling hebben ervaren. Met ‘dreiging’ wordt in dit onderzoek bedoeld de mondelinge of schriftelijke dreiging met aansprakelijkstelling van een partij of belanghebbende bij de enquêteprocedure. Een kwart van de OK-functionarissen (11/47) heeft in een of meer zaken een schriftelijke kennisgeving van aansprakelijkstelling ontvangen en een vergelijkbaar aantal (8/47) werd daadwerkelijk betrokken in een gerechtelijke procedure, anders dan de enquêteprocedure.4 Nooit kwam het overigens tot de vaststelling van aansprakelijkheid van een OK-functionaris.5
Gelet op de vaak lastige en conflictueuze omstandigheden waarin OK-functionarissen moeten opereren, verbaast het niet dat een relatief groot aantal van de respondenten enige dreiging met aansprakelijkstelling heeft ervaren. Wel lijkt op basis van de cijfers sprake van een toename van met name het aantal dreigingen in de tweede helft van de onderzoeksperiode. Ik heb geen concrete gegevens over het aantal dreigingen, aansprakelijkstellingen of procedures in de jaren voorafgaand aan de onderzoeksperiode, maar zie uit het praktijkonderzoek wel dat OK-functionarissen een verruwing en toename van dreigingen en aansprakelijkstellingen signaleren.6