T&C Strafvordering, commentaar op art. 338 Sv:Bewijsbeslissing
T&C Strafvordering, commentaar op art. 338 Sv
Bewijsbeslissing
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
M.J. Dubelaar, actueel t/m 05-04-2026
Actueel t/m
05-04-2026
Tijdvak
01-01-2015 tot: -
Auteur
M.J. Dubelaar
Vindplaats
T&C Strafvordering, commentaar op art. 338 Sv
Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Deze bepaling geeft in de kern het geldende bewijsstelsel weer: de rechter dient na de afloop van de behandeling van de zaak op de terechtzitting, naar aanleiding van het aldaar gepleegde onderzoek, te beslissen over de eerste vraag van art. 350. Hij dient dat te doen op de grondslag van de tenlastelegging en met gebruikmaking van uitsluitend wettige bewijsmiddelen. Welke dat zijn wordt in art. 339 lid 1 aangegeven. De bewijsstandaard is de rechterlijke overtuiging; zie daarover de Inleidende opmerkingen bij de Derde afdeling van Titel VI, aant. 8, en ook hierna ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
T&C Strafvordering, commentaar op art. 338 Sv
Bewijsbeslissing
M.J. Dubelaar, actueel t/m 05-04-2026
05-04-2026
01-01-2015 tot: -
M.J. Dubelaar
T&C Strafvordering, commentaar op art. 338 Sv
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
bewijsmiddel
bewijs
strafvordering
Wetboek van Strafvordering artikel 338
1. Algemeen
Deze bepaling geeft in de kern het geldende bewijsstelsel weer: de rechter dient na de afloop van de behandeling van de zaak op de terechtzitting, naar aanleiding van het aldaar gepleegde onderzoek, te beslissen over de eerste vraag van art. 350. Hij dient dat te doen op de grondslag van de tenlastelegging en met gebruikmaking van uitsluitend wettige bewijsmiddelen. Welke dat zijn wordt in art. 339 lid 1 aangegeven. De bewijsstandaard is de rechterlijke overtuiging; zie daarover de Inleidende opmerkingen bij de Derde afdeling van Titel VI, aant. 8, en ook hierna ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.