Zekerheid voor de vastgoedfinancier
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/1.5:1.5 Methode
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/1.5
1.5 Methode
Documentgegevens:
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS622644:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij dit onderzoek is van twee onderzoeksmethoden gebruik gemaakt. De eerste is een rechtsvergelijking tussen het Nederlandse en het Engelse recht. Zoekend naar mogelijke nieuwe alternatieven voor verkoop, is het Nederlandse hypotheekrecht in dit onderzoek vergeleken met het Engelse hypotheekrecht. Het Engelse hypotheekrecht is daarbij als uitgangspunt genomen. De daartoe benodigde studie van het Engelse hypotheekrecht is hoofdzakelijk verricht aan de hand van literatuur op dat terrein. Daarbij is de uitvoerige jurisprudentie waarnaar in die literatuur wordt verwezen in het onderzoek betrokken.
Het onderzoek heeft daarnaast een sterk juridisch-dogmatisch element. Dat ziet vooral op de invulling en toepassing van de reeds bestaande hypothecaire bevoegdheden naar Nederlands recht. In dat kader is niet direct het Engelse recht betrokken, maar is eerst met behulp van de Nederlandse wet en wetsgeschiedenis, literatuur en jurisprudentie de werking van de bedoelde bevoegdheden onderzocht. Eventueel geconstateerde leemtes zijn zoveel mogelijk opgevuld via interne rechtsvergelijking (bijvoorbeeld door te vergelijken met aan het hypotheekrecht verwante beperkte rechten zoals het pandrecht, maar ook het recht van vruchtgebruik). Het Engelse recht vormt hier het sluitstuk: de wijze waarop de hypothecaire bevoegdheden in de Engelse praktijk worden ingezet, biedt nieuwe inzichten in de mogelijke toepassingen van de Nederlandse hypothecaire bevoegdheden.
Gedurende het onderzoek is gesproken met verschillende partijen uit wetenschap en praktijk. Onder deze personen bevinden zich zowel juristen (Engelse en Nederlandse) als niet-juristen, zoals een specialist op het gebied van vastgoedbeheer, medewerkers van instellingen die hypothecair krediet verschaffen en (particuliere) vastgoedbeleggers. Deze gesprekken vormden een waardevolle bijdrage aan de beeldvorming rondom financiering van commercieel vastgoed en het uitwinnen van hypotheken. Deze gesprekken voldoen echter niet aan de eisen die gesteld worden aan het doen van empirisch onderzoek. Dat is ook nooit de insteek van die gesprekken geweest, zij waren vooral bedoeld om een beter beeld te krijgen van de praktijk rondom een hypotheekrecht op commercieel vastgoed.