NJB 2026/703
Tweeconclusieregel. Nadere uitwerking. Nieuwe feitelijke grondslag. Hoge Raad: Het hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk de stellingen die geïntimeerde voor het eerst bij mondelinge behandeling in hoger beroep heeft ingenomen niet aangemerkt als een nadere uitwerking van het eerder door geïntimeerde gedane beroep op schending van de klachtplicht, maar als een nieuwe feitelijke grondslag van het beroep op de klachtplicht.
HR 27-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:507
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 maart 2026
- Magistraten
Mrs. H.M. Wattendorff, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/04391
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:507, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1070, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑10‑2025
- Wetingang
Essentie
Tweeconclusieregel. Nadere uitwerking. Nieuwe feitelijke grondslag. Hoge Raad: Het hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk de stellingen die geïntimeerde voor het eerst bij mondelinge behandeling in hoger beroep heeft ingenomen niet aangemerkt als een nadere uitwerking van het eerder door geïntimeerde gedane beroep op schending van de klachtplicht, maar als een nieuwe feitelijke grondslag van het beroep op de klachtplicht.
Partij(en)
A, adv. mr. H. Boom, vs. HHSK, adv. mr. H.J.W. Alt.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
A heeft in opdracht van het waterschap HHSK een aflaatconstructie tot stand gebracht. Volgens HHSK heeft de aflaatconstructie onvoldoende capaciteit.
In ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.