RCR 2012/41
Voorkeursrecht. Moment van beoordeling van de mogelijke nietigheid van de rechtshandeling.
HR 23-03-2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0612
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 maart 2012
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth
- Zaaknummer
11/01847
- Conclusie
A-G mr. L.A.D. Keus
- LJN
BV0612
- JCDI
JCDI:ADS911140:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Onteigeningsrecht / Voorkeursrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2012:BV0612, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑03‑2012
ECLI:NL:PHR:2012:BV0612, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑01‑2012
- Wetingang
BW art. 3:303; Wet voorkeursrecht gemeenten art. 26
Essentie
Wet voorkeursrecht gemeenten. Voorkeursrecht. Koopovereenkomst. Nietigheid.
Moment van beoordeling van de mogelijke nietigheid van de rechtshandeling. Moet bij die beoordeling worden uitgegaan van de stand van zaken ten tijde van het verrichten van de rechtshandeling of van de stand van zaken op het moment dat de gemeente de nietigheid inroept?
Samenvatting
Verzoekers in cassatie hebben met elkaar een koopovereenkomst gesloten. Die koopovereenkomst heeft betrekking op een perceel cultuurland gelegen in de gemeente Bunnik. Ten tijde van het verrichten van de rechtshandeling die tot de koopovereenkomst leidt, is ingevolge de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.