Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/3.1.1
3.1.1 Verschillende procedures
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS405728:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 252 t/m 379 IA.
Zie voor een overzicht E. Bailey en H. Groves, Corporate Insolvency. Law and Practice, Londen: Butterworths 2007, p. 2, 3. Zie voor een uitvoerige beschrijving van de verschillende procedures Fletcher, The Law of Insolvency, p. 417 t/m 750.
Zie Stevens, National Report for England, p. 201.
Dan is er nog een procedure die meer het midden houdt tussen individuele executie en een insolventieprocedure, de `receivership' procedure. Een zekerheidsgerechtigde met een floating charge kan als het ware de onderneming naar zich toe trekken door een receiver aan te stellen. Deze vorm zal geleidelijk verdwijnen. Zie hierover Stevens, National Report for England, p. 205: Following the passing of the Enterprise Act the holders of qualifying floating charges created after its enactment will rose the power to appoint administrative receivers. (...) Holders offloating charges created before its enactment will be unaffected.' Daarnaast zijn er de zogeheten arrangement procedures (artikel 1-7IA86), welke te vergelijken zijn met een akkoord. Er is een wettelijke en een buitenwettelijke variant. Bij een arrangement blijft het bestuur de controle over de onderneming houden. Een arrangement kan echter ook gecombineerd worden met een administration procedure, waarbij er wel een administrator benoemd wordt.
Artikel 73 IA.
Artikel 90 IA.
Stevens, National Report for England, p. 203.
Artikel 8-27 IA.
Zie Bailey en Groves, Corporate Insolvency, p. 3 en Stevens, National Report for England, p. 205-206.
De Insolvency Act 1986 voorziet in meerdere insolventieprocedures. Het Engelse recht kent een sterke tweedeling tussen de insolventieprocedures van natuurlijke personen en van rechtspersonen. De term bankruptcy is daarbij gereserveerd voor de insolventie van natuurlijke personen.1 Hieronder zal slechts aandacht besteed worden aan de insolventie van rechtspersonen en zal dus niet, ook niet bij de bespreking van transaction avoidance, ingegaan worden op de op onderdelen enigszins afwijkende regels in bankruptcy.
Voor ondernemingen kent het Engelse recht een scala aan verschillende insolventieprocedures2 die soms nog met elkaar gecombineerd kunnen worden.3 In het kader van transaction avoidance zijn vooral de procedures aangeduid met liquidation en administration van belang.4 Zo stellen artikel 238IA(transactions at an undervalue, § 3.2.1 hieronder) en 239 IA (preferences, § 3.2.2 hieronder) als voorwaarde voor toepasselijkheid dat de schuldenaar in liquidation of administration verkeert.
De term liquidation wordt gehanteerd voor de procedures gericht op vereffening van de rechtspersoon, ook wel 'winding up' genoemd. Hierbij kan ten eerste een onderscheid gemaakt worden tussen de compulsory winding up en een voluntary winding up.5De laatste kent zelf weer twee varianten, de zogeheten members winding up (vereist is dat het bestuur aangeeft dat er voldoende zal zijn om alle schulden te voldoen) en de creditors' winding up.6 De voluntary members winding up is niet een werkelijke insolventieprocedure.7 In het kader van schuldeisersbescherming zijn vooral van belang de voluntary creditors' winding up en compulsory winding up. Het vermogen van de schuldenaar wordt hierbij door de liquida-tor vereffend ten behoeve van de crediteuren.
Een relatief nieuwe procedure is de administration procedure.8Deze procedure is in de Insolvency Act 1986 opgenomen als gevolg van de aanbevelingen van de commissie Cork. De administrator moet handelen met een van de volgende drie doelen; het redden van de onderneming als going concern, een verkoop voorbereiden die meer zal opleveren dan wanneer de rechtspersoon via een winding up procedure wordt geliquideerd of een verkoop voorbereiden teneinde een of meer gesecureerde of preferente crediteuren te kunnen voldoen.9 De bevoegdheden van de bestuurders en de aandeelhouders worden uitgeoefend door de administrator.
Omdat de bepalingen die handelingen voor de formele insolventieprocedure verrichten hun werking ontzeggen bovenal in een administration en liquidation toepasselijk zijn, zal er steeds vanuit gegaan worden dat de schuldenaar een rechtspersoon is en dat deze ofwel in administration ofwel in liquidation verkeert. In beide gevallen zal de office-holder (respectievelijk liquidator en administrator) worden aangeduid met de term 'bewindvoerder'.