Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/11.9.1.1:11.9.1.1 De jurisprudentie van de Hoge Raad en art. 10, lid 1, onderdeel d, Wet VPB 1969
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/11.9.1.1
11.9.1.1 De jurisprudentie van de Hoge Raad en art. 10, lid 1, onderdeel d, Wet VPB 1969
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS297083:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rente komt op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad niet in aftrek wanneer een geldlening als een kapitaalverstrekking heeft te gelden. Om te beoordelen of een dergelijke herkwalificatie aan de orde is, is als regel de civielrechtelijke vorm beslissend. De Hoge Raad maakt in drie gevallen een uitzondering op deze regel. De eerste uitzondering doet zich voor in de situatie waarin alleen naar de schijn sprake is van een lening, terwijl partijen in werkelijkheid hebben beoogd een kapitaalverstrekking tot stand te brengen (schijn en wezen). De tweede exceptie betreft het geval waarin de lening is verstrekt onder zodanige voorwaarden dat de schuldeiser met het uitgeleende bedrag in zekere mate deel heeft in de onderneming van de schuldenaar (deelnemerschap). Ten slotte is de civielrechtelijke vorm van de geldverstrekking evenmin beslissend wanneer het de crediteur meteen duidelijk moet zijn geweest dat de lening niet of niet ten volle zal kunnen worden terugbetaald (bodemloze put). In geen van deze gevallen wordt een onderscheid gemaakt tussen de binnenlandse en de grensoverschrijdende situatie. De jurisprudentie van de Hoge Raad is daarom in overeenstemming met de onderzochte internationale regels.
In art. 10, lid 1, onderdeel d, Wet VPB 1969 is geregeld dat de vergoeding op een geldlening en de waardemutaties van de lening niet in aftrek komen op de winst als de lening onder zodanige voorwaarden is aangegaan dat deze feitelijk functioneert als eigen vermogen van de belastingplichtige. Dat doet zich voor in het geval van een deelnemerschapslening. Deze bepaling is daarom eveneens in overeenstemming met de onderzochte internationale regels.