Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/6.3.3
6.3.3 Aanwas (Anwachsung) van rechtswege (Duitsland)
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS391782:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Nalatenschappen en huwelijksgemeenschappen zijn ook Gesamthandsgemeinschaften.
§ 738 Abs. 1 BGB luidt: ‘Scheidet ein Gesellschafter aus der Gesellschaft aus, so wächst sein Anteil am Gesellschaftsvermögen den übrigen Gesellschaftern zu. Diese sind verpflichtet, dem Ausscheidenden die Gegenstände, die er der Gesellschaft zur Benutzung überlassen hat, nach Maßgabe des § 732 zurückzugeben, ihn von den gemeinschaftlichen Schulden zu befreien und ihm dasjenige zu zahlen, was er bei der Auseinandersetzung erhalten würde, wenn die Gesellschaft zur Zeit seines Ausscheidens aufgelöst worden wäre. Sind gemeinschaftliche Schulden noch nicht fällig, so können die übrigen Gesellschafter dem Ausscheidenden, statt ihn zu befreien, Sicherheit leisten.’
Windbichler 2009, p. 37.
Windbichler 2009, p. 36.
Windbichler 2009, p. 77.
Zie o.a. Schöne, BeckOK BGB, § 738, aant. 6 (online, laatst bijgewerkt op 1 mei 2015).
Windbichler 2009, p. 84.
Eberhard 2009, p. 973.
Rödder 2009, p. 1445.
Schöne, BeckOK BGB, § 730, aant. 43 (online, laatst bijgewerkt op 1 mei 2015).
Ook vóór de erkenning van Rechtsfähigkeit van de Duitse personenvennootschappen was er bij wisselingen in het vennotenbestand geen sprake van de goederenrechtelijke rompslomp zoals die zich bij de Nederlandse VOF voordoet. Tussen de vennoten bestond een vennootschappelijke gemeenschap (§ 718 Abs. 1 BGB) en over de aandelen in de gemeenschap en in de afzonderlijke goederen mochten zij slechts gezamenlijk beschikken (gesamthänderisch, ‘mit gesamter Hand’, (§ 719 Abs. 1 BGB)): er was een zogenoemde Gesamthandsgemeinschaft.1 Dit vermogen was afgescheiden van de privévermogens van de vennoten en gebonden aan het doel van de OHG (Sondervermögen). Iedere deelgenoot had een aandeel in de gehele gemeenschap, in het Gesellschaftsvermögen im ganzen. Bij uittreding van een vennoot wasten zijn aandelen in de gemeenschappelijke goederen op grond van § 738 BGB van rechtswege aan bij de aandelen van de voortzetters (Anwachsung).2 Bleef nog slechts één vennoot over, dan hield de OHG op te bestaan en ging het gehele vennootschapsvermogen met alle activa en passiva over op de overnemer. Ook een toetredend vennoot kreeg via het aanwasprincipe een aandeel in de goederen. Het uit- en toetreden van vennoten leidde dus wel tot wijzigingen in de eigendomsverhoudingen, maar van levering van aandelen in goederen was geen sprake.
Vennoten konden (en kunnen) daarnaast ook goederen in eenvoudige gemeenschap (Bruchteilgemeinschaft) houden (Miteigentum, § 1008 ff. BGB, of Mitberechtigung).3 In zo’n vrije gemeenschap kan iedere deelnemer vrij over zijn aandeel in een afzonderlijk goed beschikken (§ 747 BGB), tenzij anders wordt afgesproken. Een dergelijke afspraak heeft slechts verbintenisrechtelijke werking en werkt dus niet jegens derden.4 Anders dan naar Nederlandse recht moeten voor de overgang van eenvoudige gemeenschap (Bruchteilgemeinschaft) naar bijzondere gemeenschap (Gesamthandsgemeinschaft) van dezelfde vennoten en andersom de overdrachtsvoorschriften worden nageleefd.5
Omdat de OHG zelf eigenaar kan zijn van goederen, is bij wisselingen in het vennotenbestand van aanwas van aandelen in goederen niet langer sprake. § 738 BGB is echter nog steeds relevant, en wel voor de aanwas van aandelen in de OHG zelf: het aandeel in de OHG wast van rechtswege aan bij een toetreder en af van een uittreder (An- en Abwachsung). Omdat de eigendomsverhoudingen ten aanzien van afzonderlijke goederen niet wijzigen, hoeft onder andere geen melding gemaakt te worden aan het Grundbuchamt.6 Een toetreder treedt met alle rechten en plichten tot de bestaande OHG toe.7
Treedt de een-na-laatste vennoot uit en zet de overblijver de onderneming voort, dan wordt de OHG ontbonden zonder liquidatie en wast het gehele vermogen (dus de gehele onderneming) aan bij de voortzetter (Gesamtrechtsnachfolge via het Anwachsungsmodell).8
Omdat de eigendomsverhoudingen wijzigen, moet onder andere van de overgang van onroerend goed melding worden gedaan bij het Grundbuchamt; dit is echter geen constitutieve overgangseis. Voortzetting met Anwachsung is alleen mogelijk als de onderneming wordt voortgezet door een vennoot (die ook kort voor ontbinding kan toetreden om te kunnen profiteren van het Anwachsungsmodell9); bij voortzetting door een derde moet ieder goed afzonderlijk worden overgedragen (‘asset deal’10 ).11