AB 2012/56
Forfaitaire geldboete, ongeacht de ernst van een inbreuk. Strijd met evenredigheidbeginsel. Objectieve aansprakelijkheid. Hoogte sanctie onevenredig.
HvJ EU 09-02-2012, ECLI:EU:C:2012:64, m.nt. R.J.G.M. Widdershoven
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
9 februari 2012
- Magistraten
A. Tizzano, M. Safjan, M. Ilešič, E. Levits, M. Berger
- Zaaknummer
C-210/10
- Noot
R.J.G.M. Widdershoven
- JCDI
JCDI:ADS910787:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2012:64, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 09‑02‑2012
- Wetingang
Verordening (EEG) nr. 3821/85, betreffende het controleapparaat in het wegvervoer art. 15 lid 5; Verordening (EG) nr. 561/2006, tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer art. 19 lid 1 en 4
Essentie
Forfaitaire geldboete, ongeacht de ernst van een inbreuk. Strijd met evenredigheidbeginsel. Objectieve aansprakelijkheid. Hoogte sanctie onevenredig.
Samenvatting
Het evenredigheidsvereiste van art. 19 lid 1 en 4 Verordening (EG) nr. 561/2006 verzet zich tegen een nationaal sanctiestelsel, waarbij een forfaitaire geldboete wordt opgelegd voor elke inbreuk op de voorschriften inzake het gebruik van de registratiebladen van art. 13–16 Verordening (EEG) nr. 3821/85, betreffende het controleapparaat in het wegvervoer, ongeacht de ernst van de inbreuk.
Het evenredigheidsvereiste van art. 19 lid 1 en 4 Verordening (EG) nr. 561/2006 verzet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.