Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/4.7.3:4.7.3 De vordering in een executiegeschil
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/4.7.3
4.7.3 De vordering in een executiegeschil
Documentgegevens:
Petra de Bruin, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Petra de Bruin
- JCDI
JCDI:ADS981945:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het formuleren van een vordering in een executiegeschil luistert nauw. Als de vordering in kort geding wordt ingesteld, is het uitgangspunt dat de gevraagde voorziening een tijdelijk karakter heeft. Daar past eerder het woord ‘schorsen’ dan de woorden ‘staken’ of ‘verbieden’ bij. Het voorlopige karakter van de te treffen voorziening leidt in de praktijk in veel gevallen tot het daaraan verbinden van voorwaarden en tijdsbepalingen. Die worden eigenlijk nooit gevorderd, maar door de rechter aan de schorsing van de executie verbonden. Dat betreft dan voorwaarden als het tijdig of binnen een bepaalde termijn instellen van een rechtsmiddel en tijdsbepalingen die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.