Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/5.2.8.1:5.2.8.1 Inleiding
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/5.2.8.1
5.2.8.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS586358:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
182. Wanneer de teruggehouden zaak executoriaal is verkocht en geleverd en de koopsom is betaald, moet de netto-opbrengst onder de verschillende schuldeisers worden verdeeld. Art. 524 Rv bepaalt dat de koopsom bij de executie van onroerende zaken moet worden voldaan aan de notaris. Bij de executie van roerende zaken moet de koopsom ingevolge art. 469 lid 1 Rv worden voldaan aan de deurwaarder. Op grond van art. 3:292 BW heeft de retentor bij de uitdeling van de opbrengst voorrang boven allen tegen wie het retentierecht kan worden ingeroepen. Art. 3:292 BW legt de koppeling tussen de opschortingsbevoegdheid en de voorrang bij de verdeling van een executie-opbrengst. In de navolgende paragrafen ga ik in op de achtergrond van de voorrang van de retentor. De huidige verbinding tussen retentie en voorrang kan ten dele op historische gronden worden verklaard. De retentor werd en wordt beschermenswaardig geacht vanwege zijn veronderstelde sociaaleconomische positie. Daar komt bij, dat het toekennen van voorrang de retentor zou moeten stimuleren om zich op de zaak te gaan verhalen wanneer zijn vordering onbetaald blijft.