NJB 2021/368
Ernstige redenen om te veronderstellen dat een vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige misdrijven of handelingen als genoemd in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag zijn voldoende om het Nederlanderschap in te trekken
RvS 20-01-2021, ECLI:NL:RVS:2021:114
- Instantie
Raad van State
- Datum
20 januari 2021
- Magistraten
Mrs. Verheij, Troostwijk en Scholten-Hinloopen
- Zaaknummer
201907911/1/V6
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
EU-recht / Instituties
Staatsrecht / Nationaliteitsrecht
Internationaal strafrecht / Internationale misdrijven
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2021:114, Uitspraak, Raad van State, 20‑01‑2021
- Wetingang
Essentie
Ernstige redenen om te veronderstellen dat een vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige misdrijven of handelingen als genoemd in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag zijn voldoende om het Nederlanderschap in te trekken
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 25 september 2019 in zaak nr. NL18/7281 in het geding tussen: de vreemdeling en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Uitspraak
Procesverloop
Bij besluit van 28 september 2017 heeft de staatssecretaris het Nederlanderschap van [appellante] ingetrokken.
Bij besluit van 11 oktober 2018 (hierna: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.