AB 2022/103
Vervolging wegens godsdienstige redenen. Verschil tussen afvalligheid en atheïsme. Beoordeling geloofwaardigheid; staatssecretaris moet duidelijkere werkwijze hanteren. Bij beoordeling toegedichte afvalligheid niet noodzakelijk dat afvalligheid geloofwaardig is.
ABRvS 19-01-2022, ECLI:NL:RVS:2022:94, m.nt. V.M. Bex-Reimert
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
19 januari 2022
- Magistraten
Mrs. N. Verheij, A.J.C. de Moor-van Vught, B. Meijer
- Zaaknummer
202102293/1/V2
- Noot
V.M. Bex-Reimert
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS637132:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Verblijf
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2022:94, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 19‑01‑2022
- Wetingang
Art. 1A Vluchtelingenverdrag; art. 8-9 Richtlijn 2011/95/EU (Kwalificatierichtlijn); art. 29 VW 2000; art. 3.37-3.37a VV 2000
Essentie
Geen daadwerkelijke en effectieve toetsing van de zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering van besluiten door de bestuursrechter mogelijk vanwege het ontbreken van beleid, een vaste gedragslijn of een andere duidelijke uitleg over de manier waarop het onderzoek naar afvalligheid wordt verricht. Geloofwaardigheid van afvalligheid moet ook onderzocht worden in situaties waarin de vreemdeling in het land van herkomst nog geen uiting heeft gegeven aan afvalligheid. Daarnaast moet ook in situaties waarin er sprake is van toegedichte afvalligheid onderzocht worden of er risico is op vervolging of vernederende behandeling bij terugkeer naar het land van herkomst.
Samenvatting
Daarnaast is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.