Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/4.3.3.2:4.3.3.2 Vereiste instemming van aandeelhouders aan wier rechten een wijziging afbreuk doet
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/4.3.3.2
4.3.3.2 Vereiste instemming van aandeelhouders aan wier rechten een wijziging afbreuk doet
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS368235:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Daarmee laat ik de artikelen 2:313 lid 4 BW, 2:315 lid 3 BW, 2:317 lid 3BW, 2:328 lid 6, 2:334aalid 7 BW en 2:334cc lid 2 BW buiten beschouwing.
Zie hieromtrent ook Bier 2015, p. 701-705 en Schoonbrood & Klein Bronsvoort 2015, p. 363- 364.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wet bepaalt ten aanzien van een aantal besluiten dat deze instemming behoeven van aandeelhouders aan wier rechten een wijziging afbreuk doet. Een bespreking van alle bepalingen gaat het bestek van dit onderdeel te buiten. Ik beperk mij tot een opsomming van de desbetreffende wetsbepalingen met een korte omschrijving van de strekking daarvan. Ik behandel daarbij alleen de bepalingen die de aan aandelen verbonden rechten betreffen.1
Artikel 2:183 lid 3 BW bepaalt dat wanneer een rechtspersoon zich omzet in een besloten vennootschap diegenen die aandelen krijgen slechts met hun instemming stemrechtloze of winstrechtloze aandelen kunnen krijgen uitgegeven.
Ingevolge artikel 2:195 lid 3 BW kan een beding dat de overdraagbaarheid van aandelen voor een bepaalde termijn uitsluit slechts in de statuten worden opgenomen met instemming van alle houders van aandelen waarop de uitsluiting van de overdraagbaarheid betrekking heeft.
Ten aanzien van kapitaalvermindering schrijft artikel 2:208 lid 2 BW voor dat een besluit tot intrekking alleen aandelen kan betreffen die de vennootschap zelf houdt dan wel alle aandelen van een soort of aanduiding waarvan voor de uitgifte in de statuten is bepaald dat zij kunnen worden ingetrokken met terugbetaling, of wel de uitgelote aandelen van een soort of aanduiding waarvan voor de uitgifte in de statuten is bepaald dat zij kunnen worden uitgeloot met terugbetaling. In andere gevallen kan slechts tot intrekking worden besloten met instemming van de betrokken aandeelhouders.
Voorts bepaalt artikel 2:208 lid 3 BW dat vermindering van het nominale bedrag van aandelen zonder terugbetaling en zonder ontheffing van de verplichting tot storting naar evenredigheid op alle aandelen van eenzelfde soort of aanduiding moet geschieden, maar dat van het vereiste van evenredigheid mag worden afgeweken met instemming van alle betrokken aandeelhouders.
Artikel 2:208 lid 4 BW bepaalt dat een ontheffing van de verplichting tot storting slechts mogelijk is ter uitvoering van een besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen. Zulk een ontheffing, alsmede een terugbetaling die geschiedt ter uitvoering van een besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen, moet naar evenredigheid op alle aandelen geschieden, tenzij voor de uitgifte van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding of nadien met instemming van alle houders van aandelen van de desbetreffende soort of aanduiding in de statuten is bepaald dat ontheffing of terugbetaling kan geschieden uitsluitend op die aandelen; voor die aandelen geldt de eis van evenredigheid. Van het vereiste van evenredigheid mag worden afgeweken met instemming van alle betrokken aandeelhouders.
Ten aanzien van uitkeringen bepaalt artikel 2:216 lid 6 BW dat bij de berekening van het bedrag, dat op ieder aandeel zal worden uitgekeerd, slechts het bedrag van de verplichte stortingen op het nominale bedrag van de aandelen in aanmerking komt. Van de vorige zin kan in de statuten of telkens met instemming van alle aandeelhouders worden afgeweken.2
Artikel 2:216 lid 8 BW schrijft voor dat voor een statutaire regeling als bedoeld in artikel 2:216 lid 6 BW of als bedoeld in artikel 2:216 lid 7 BW (de bepaling dat aandelen van een bepaalde soort of aanduiding geen of slechts beperkt recht geven tot deling in de winst of reserves van de vennootschap) de instemming vereist van alle houders van aandelen aan wier recht de statutenwijziging afbreuk doet.
Artikel 2:223 lid 2 BW bepaalt dat de oproeping slechts als de aandeelhouder of andere vergadergerechtigde daarmee instemt kan geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door hem aan de vennootschap voor dit doel is bekendgemaakt.
Artikel 2:227 lid 4 BW beschermt de certificaathouders aan wie ingevolge de statuten vergaderrecht toekomt. Een statutaire regeling waarbij aan certificaathouders vergaderrecht is toegekend kan slechts met instemming van de betrokken certificaathouders worden gewijzigd, tenzij bij het toekennen van het vergaderrecht de bevoegdheid tot wijziging uitdrukkelijk was voorbehouden.
Artikel 2:228 lid 5 BW beschermt aandeelhouders tegen ontneming van hun stemrecht. De statuten kunnen bepalen dat aan aandelen geen stemrecht in de algemene vergadering is verbonden, maar een dergelijke regeling kan slechts worden getroffen ten aanzien van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding waarvan alle aandeelhouders instemmen of waarvan voor de uitgifte in de statuten is bepaald dat daaraan geen stemrecht in de algemene vergadering is verbonden.