Einde inhoudsopgave
bouwverordening 1992
Bijlage 4 Gebruikseisen voor bouwwerken met uitzondering van de niet-gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties
Geldend
Geldend vanaf 12-02-1993
- Bronpublicatie:
17-12-1992, Internet 1993, www.alphenaandenrijn.nl (uitgifte: 09-02-1993, regelingnummer: 2001/9201)
- Inwerkingtreding
12-02-1993
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-12-1992, Internet 1993, www.alphenaandenrijn.nl (uitgifte: 09-02-1993, regelingnummer: 2001/9201)
- Vakgebied(en)
Bouwrecht / Bouwen
Bijlage behorende bij artikel 6.2.1, tweede lid
Artikel 1* Uitgangen en vluchtroutes
1
Een deur in de vluchtroute wordt bij aanwezigheid van personen in het bouwwerk uitsluitend zodanig gesloten, dat de deur ten behoeve van deze personen van binnen uit ogenblikkelijk over de minimaal vereiste breedte kan worden geopend zonder dat hiertoe gebruik moet worden gemaakt van een sleutel of een ander los voorwerp.
2
Deuren en luiken die een brandwerende en/of rookwerende functie hebben, worden niet langer in geopende stand gehouden dan voor het verkeer van personen of het vervoer van goederen noodzakelijk is, tenzij door middel van automatische inrichtingen die de deuren, respectievelijk luiken, loslaten zodra een toestand intreedt waarin deze als brandwering en/of rookwering moeten dienen.
3
Een deur die in een vluchtroute ligt van een ruimte waarin meer dan 100 personen zullen verblijven en een deur in een doorgang of uitgang bestemd voor ontvluchting van meer dan 100 personen wordt niet anders gesloten dan door middel van
- a.
een sluiting, waarbij de deur opengaat door een lichte druk tegen de deur, in de vluchtrichting gezien,
- b.
een sluiting waarvan de bedieningsinrichting bestaat uit een op de deur, in de vluchtrichting gezien, op minimaal één meter boven de vloer, over de volle breedte van de deur aangebrachte stang, waarbij de deur opengaat door een lichte druk tegen deze stang (panieksluiting).
Artikel 2* Bekleding, stoffering en versiering
1
Stoffering en versiering worden vrijgehouden van spots en andere warm wordende apparatuur. De temperatuur ter plaatse van de versiering is niet hoger dan 90 °C.
2
Tussen het vloeroppervlak van een ruimte en de aangebrachte versiering blijft een vrije ruimte over van minimaal 2,5 meter.
3
De versiering als bedoeld in het vorige lid is in geval van brand niet gemakkelijk ontvlambaar, in geval van brand vindt geen druppelvorming plaats.
4
Met brandbaar gas gevulde ballonnen zijn binnen een bouwwerk niet aanwezig.
5
De toe te passen materialen en aankledingsproducten hebben in vluchtroutes een navlamduur van ten hoogste 15 seconden en een nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden.
6
De toegepaste bekleding, stoffering en versiering voldoen ten minste aan de eisen ten aanzien van de brand- en rookklassen zoals gesteld in afdeling 2.12 en 2.15 van het Bouwbesluit 2003 die op die locatie gelden voor constructieonderdelen.
Artikel 3* Elektrische verlichting
Indien een ruimte de mogelijkheid met zich meebrengt dat deze tijdens de aanwezigheid van personen wordt verduisterd, is in die ruimte, indien er meer dan vijftig personen gelijktijdig verblijven, elektrische verlichting aanwezig van zodanige sterkte dat een redelijke oriëntering mogelijk is.
Artikel 4* Aanduiding van blusmiddelen
Een blusmiddel dat bij of krachtens enig wettelijk voorschrift aanwezig is, is voldoende herkenbaar of zichtbaar aangegeven.
Artikel 5* Toepassen van vuurwerk binnen een gebouw
Voor het afsteken van vuurwerk in bouwwerken wordt veertien dagen van tevoren een overzicht bij burgemeester en wethouders ingediend, waaruit blijkt dat die activiteit op veilige wijze zal plaatsvinden.
Artikel 6* Opstelling van inventaris
1
Bij in rijen opgestelde zitplaatsen moet tussen de rijen een vrije ruimte aanwezig zijn van ten minste 0.40 meter, gemeten tussen de loodlijnen door de elkaar dichtst naderende gedeelten van de rijen.
Indien in een rij tussen zitplaatsen tafeltjes zijn geplaatst, moet de genoemde vrije ruimte ter plaatse van de tafeltjes doorlopen.
2
In rijen opgestelde zitplaatsen, waarbij sprake is van
- —
meer dan 4 stoelen in een rij, en
- —
meer dan 4 rijen, en
- —
een ruimte waarin meer dan 100 stoelen aanwezig zullen zijn,
zijn zo gekoppeld dan wel aan de vloer bevestigd dat deze ten gevolge van gedrang niet kunnen verschuiven of omvallen.
3
Een rij zitplaatsen, die slechts aan één einde op een gangpad of uitgang uitkomt, mag niet meer dan 8 zitplaatsen bevatten.
4
Een rij zitplaatsen die aan beide einden op een gangpad of een uitgang uitkomt, mag ten hoogste bevatten:
- —
16 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen kleiner is dan 0,45 meter;
- —
32 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen groter is dan 0,45 meter;
- —
50 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen groter is dan 0,45 meter en er bovendien aan beide einden van de rijen per 4 rijen een uitgang met een breedte van ten minste 1,10 meter aanwezig is.
5
De inrichting van een ruimte, met inbegrip van door personen bezette stoelen, neemt tot een hoogte van 2,5 meter slechts zodanige oppervlakten in beslag —gemeten in loodrechte projectie op de vloer— dat ten minste
- —
0,25 m2 vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon waarvoor geen zitplaats aanwezig is,
- —
0,30 m2 vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon waarvoor een zitplaats aanwezig is die zodanig is of is aangebracht dat deze ten gevolge van gedrang niet kan verschuiven of omvallen,
- —
0,50 m2 vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon waarvoor een zitplaats aanwezig is die niet zodanig is of is aangebracht dat deze ten gevolge van gedrang niet kan verschuiven of omvallen.
6
Inrichtingen in een ruimte waarin personen verblijven, zijn, indien de vrije vloeroppervlakte minder dan 0,5 m2 per persoon bedraagt, zodanig aangebracht dat zij ten gevolge van gedrang niet kunnen verschuiven of omvallen.
7
Vervallen.
Artikel 7
(Vervallen)
Artikel 8* Periodieke controle van draagbare blustoestellen
Ten minste eenmaal per jaar wordt door een ter zake kundige het nodige onderhoud verricht conform NEN 2559, uitgave 2001 en een controle gehouden op de reinheid en de goede werking van draagbare blustoestellen. Indien nodig worden deze gerepareerd.
Artikel 9* Reken- en beslismodel
Aan het eind van elk tweede kalenderjaar moet opnieuw middels een berekening volgens de berekeningsmethode ‘Reken- en beslismodel’ worden aangetoond dat het oppervlak van de brandcompartimenten nog steeds voldoet.
Voetnoten
Afwijkende artikelen ten opzichte van de Model-bouwverordening 1992 van de V.N.G.:artikel 1: raadsbesluit 2 juni 2005
Afwijkende artikelen ten opzichte van de Model-bouwverordening 1992 van de V.N.G.:artikel 2: raadsbesluit 2 juni 2005
Afwijkende artikelen ten opzichte van de Model-bouwverordening 1992 van de V.N.G.:artikel 3: raadsbesluit 2 juni 2005
Afwijkende artikelen ten opzichte van de Model-bouwverordening 1992 van de V.N.G.:artikel 4: raadsbesluit 2 juni 2005
Afwijkende artikelen ten opzichte van de Model-bouwverordening 1992 van de V.N.G.:artikel 5: raadsbesluit 2 juni 2005
Afwijkende artikelen ten opzichte van de Model-bouwverordening 1992 van de V.N.G.:artikel 6: raadsbesluit 28 april 1994artikel 6, titel en lid 2, 5, 6 en 7: raadsbesluit 2 juni 2005
Afwijkende artikelen ten opzichte van de Model-bouwverordening 1992 van de V.N.G.:artikel 8: raadsbesluit 2juni 2005
Afwijkende artikelen ten opzichte van de Model-bouwverordening 1992 van de V.N.G.:artikel 9: raadsbesluit 24 januari 2002