JONDR 2023/16
Hof Amsterdam, 23-11-2022, nr. 200.313.311/01OK
Hof Amsterdam 23-11-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3332
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
23 november 2022
- Zaaknummer
200.313.311/01OK
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2022:3332, Uitspraak, Hof Amsterdam, 23‑11‑2022
- Wetingang
Art. 288 al. 3 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; art. 13, 67 Richtlijn (EU) 2016/2341 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening; art. 2:362 lid 1, 2:447, 2:450 lid 5 BW; art. 126 Pensioenwet; art. 2 Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen; par. 248 Richtlijn voor de Jaarverslaggeving 610
Essentie
Partiële niet-ontvankelijkheid; afwijzing overigens.
Uitspraak
In de jaarrekening 2021 heeft verweerster de technische voorziening voor pensioenverplichtingen berekend aan de hand van de rentetermijnstructuur die door De Nederlandsche Bank wordt gepubliceerd. Verzoekers klagen dat dit niet strookt met de voorschriften in de Pensioenrichtlijn, waaruit voort zou vloeien dat verweerster een hogere rekenrente moet hanteren. Verzoekster is niet ontvankelijk voor zover zij handelt voor zichzelf en voor zover zij optreedt voor verzoekers onder 4 en 5. Verzoekster heeft niet aangevoerd welk specifiek en concreet nadeel dat voor haar in haar betrekkingen tot verweerster is verbonden aan de wijze waarop de jaarrekening ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.