Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/8.5:8.5 Conclusie
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/8.5
8.5 Conclusie
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633804:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat betreft de heffingswetten gaat het niet om significante verschillen in fiscale behandeling, maar om details, waarbij het verschil in behandeling tussen rsli’s en overige anbi’s bij de eredienstuitzondering in de ozb nog het meest opvalt.
De verschillen in fiscale behandeling in de anbi-regeling zijn fundamenteler van aard. Op verschillende terreinen heb ik geconstateerd dat er verschil in fiscale behandeling bestaat op een of meer van de drie niveaus, waarvoor op een enkele uitzondering na geen objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond bestaat. Dit verschil spitst zich voornamelijk toe op de rechtsvorm kerkgenootschap, waaraan de (fiscale) wetgever extra faciliteiten toekent of anderszins tegemoetkomt. Mijn aanbevelingen voor de anbi-regeling richten zich dan ook op het wegnemen van dit verschil. Zo pleit ik voor een rechtsvorm voor rsli’s met een inclusievere benaming, bijvoorbeeld religieus, spiritueel en levensbeschouwelijk instituut, afgekort als rsli. In feite komt dat erop neer dat de wetgever de reeds bestaande rechtsvorm kerkgenootschap voor alle rsli’s openstelt en een inclusievere benaming geeft.
Omdat ik verwacht dat een aanpassing in het civiele recht veel tijd in beslag zal nemen en een aanpassing in de fiscale anbi-regelgeving sneller kan worden doorgevoerd om de ongerechtvaardigde ongelijke behandeling tussen kerkgenootschappen enerzijds en andere rsli’s en overige anbi’s anderzijds op te heffen, heb ik diverse aanbevelingen voor fiscale wet- en regelgeving op het gebied van de anbi-regeling gedaan. Dit betreft het gebruik van inclusievere termen, zoals religieuze instellingen in plaats van kerkelijke instellingen; uitbreiding beperkte publicatieplicht financiële gegevens tot alle rsli’s of schrappen van die beperkte publicatieplicht voor kerkgenootschappen; actief informeren van niet-traditionele rsli’s over convenanten en uitbreiding van privacybescherming tot bestuurders van alle anbi’s die opereren op terreinen waaruit door het grondrecht op privacy beschermde bijzondere persoonsgegevens van hun bestuurders zijn af te leiden. Ook heb ik aan kerkgenootschappen de aanbeveling gedaan om in hun regelgeving een liquidatiebepaling op te nemen.