Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/11.6.3
11.6.3 Moedermaatschappij
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS302008:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Punt 15 van het commentaar op art. 10.
In dezelfde zin: O. Thömmes, ‘Commentary on the Parent/Subsidiary Directive’, in: EC Corporate Tax Law, IBFD, internetversie § 6.1.3.13; Zie ook M. Helminen, ‘Dividend equivalent benifits and the concept of profit distribution of the EC Parent-Subsidiary Directive’, EC Tax Review 2000/3, p. 167. In haar conclusie in Les Vergers du Vieux Tauves dat betrekking heeft op de vraag of de dividenden die een vruchtgebruiker ontvangt onder het bereik van de Moeder-dochterrichtlijn kunnen vallen, pleit advocaat-generaal Sharpston voor een ruime uitleg van het begrip ‘deelneming in het kapitaal’: ‘Het is vaste rechtspraak dat bij de uitlegging van een gemeenschapsbepaling niet uitsluitend mag worden uitgegaan van de bewoordingen ervan, maar dat ook de algemene opzet en de doelstellingen van de regeling waarvan deze bepaling deel uitmaakt, in de beschouwing moeten worden betrokken. (...) De begrippen “deelneming [...] in het kapitaal” van een vennootschap en moedermaatschappij “als deelgerechtigde van haar dochteronderneming” moeten worden begrepen in die context’. Punt 58 van de conclusie van A-G Sharpston van 3 juli 2008, zaak C-48/07.
Art. 3, lid 1, onderdeel a, van de Moeder-dochterrichtlijn kent de hoedanigheid van moedermaatschappij toe aan iedere vennootschap van een lidstaat die voldoet aan de voorwaarden van art. 2 en die een deelneming van ten minste 15% bezit in het kapitaal van een vennootschap van een andere lidstaat die aan dezelfde voorwaarden voldoet. De term ‘kapitaal’ wordt in de Moeder-dochterrichtlijn niet gedefinieerd. Bij de uitleg van deze term is, naar het mij voorkomt, het commentaar op art. 10 OESO-modelverdrag relevant. Een lening is doorgaans geen kapitaal in de zin van het tweede lid van art. 10 OESO-modelverdrag. Dit is echter anders als de inkomsten uit de lening als dividend in de zin van art. 10, lid 3, OESO-modelverdrag worden aangemerkt: ‘When the loan or other contribution to the company does not, strictly speaking, come as capital under company law but when on the basis of internal law or practice (“thin capitalisation”, or assimilation of a loan to share capital), the income derived in respect thereof is treated as dividend under Article 10, the value of such loan or contribution is also to be taken as “capital” within the meaning of subparagraph (a).’1 Wordt de rente voor de toepassing van het dividendartikel aangemerkt als een dividend dan volgt uit het commentaar dat de lening wordt beschouwd als kapitaal.2