Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/6.7.3:6.7.3 Verschillen tussen het aanvullen van subjectieve rechten door de overheid en partijen individueel en gezamenlijk
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/6.7.3
6.7.3 Verschillen tussen het aanvullen van subjectieve rechten door de overheid en partijen individueel en gezamenlijk
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS305239:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
249. Het automatisch aanvullen van subjectieve rechten door de overheid en partijen gezamenlijk combineert elementen van het aanvullen van subjectieve rechten door de overheid en het aanvullen van subjectieve rechten door partijen. In plaats van de verschillen met ieder van deze mechanismen te beschrijven, is het zinvoller om te kijken waar het automatisch aanvullen van subjectieve rechten verschilt van beide andere mechanismen. Naast de toepassingsvoorwaarden voor het automatisch aanvullen van subjectieve rechten, waar ik in paragraaf 7.5.4 meer uitgebreid op terugkom, is dat het volgende.
250. Bij het aanvullen van subjectieve rechten door de overheid maakt het niet zo veel verschil of de extra juridische posities onderdeel van het subjectieve recht uitmaken of dat het subjectieve recht met deze juridische posities wordt aangevuld (vergelijk paragraaf 6.2). Duidelijk is dat de overheid oplegt dat de juridische posities kunnen worden ingeroepen. Of bijvoorbeeld de bevoegdheid om een gestolen zaak te revindiceren onderdeel uitmaakt van het eigendomsrecht van de bestolene, of dat de overheid het eigendomsrecht van de bestolene met deze bevoegdheid aanvult, komt op hetzelfde neer. Het is duidelijk dat de bestolene de bevoegdheid om te revindiceren heeft. Iemand die een zaak koopt, weet dat hij deze zaak in geval van diefstal zal kunnen revindiceren, ofwel omdat de bevoegdheid tot revindicatie in het eigendomsrecht besloten ligt, dan wel omdat de overheid hem deze bevoegdheid toedeelt. Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor het aanvullen van subjectieve rechten door partijen. Het maakt bijvoorbeeld weinig verschil of het recht dat een schuldeiser verkrijgt omdat een andere schuldeiser zijn vordering bij hem achterstelt onderdeel uitmaakt van de senior-vordering, of bestaat omdat de rechthebbende van de senior-vordering dit recht tegen de junior in kan roepen. Iemand die de senior-vordering koopt, weet dat hij zich jegens de junior op de achterstelling kan beroepen.
251. Bij het automatisch aanvullen van subjectieve rechten omschrijft de overheid niet welk subjectief recht wordt aangevuld, maar welke juridische posities in aanmerking komen om een subjectief recht aan te vullen (zie paragraaf 6.6.2). Het gaat daarbij per definitie om juridische posities die buiten het subjectieve recht liggen (anders was er geen mechanisme nodig om ze over te laten gaan). De opvolgend verkrijger van het subjectieve recht kan zich er niet op beroepen dat de juridische posities in het subjectieve recht besloten liggen. Zo geeft het geen pas om te betogen dat een zakelijk zekerheidsrecht ‘in’ de vordering die erdoor wordt gezekerd besloten ligt. De enige wijze waarop de opvolgend verkrijger de extra juridische posities verkrijgt, is als de overheid een juist regel heeft opgesteld voor de overgang van de juridische posities. Valt een juridische positie buiten de reikwijdte van de regel, dan gaat deze niet over. Het is daarom te verwachten dat dit mechanisme meer aanleiding tot discussie geeft dan de andere twee.