De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/3.1:3.1 Inleiding
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250458:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als een 403-maatschappij gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime, kan een crediteur de jaarrekening van de 403-maatschappij niet inzien. In dit hoofdstuk behandel ik de compensatie die een crediteur ontvangt voor dit gebrek aan inzicht. Allereerst zet ik uiteen welk belang een crediteur heeft bij het kunnen inzien van de jaarrekening van de 403- maatschappij (§ 3.2). Vervolgens ga ik in op het nadeel dat een crediteur ondervindt als de 403-maatschappij gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime (§ 3.3). Daarna noem ik de twee onderdelen van de compensatie die een crediteur voor dit nadeel ontvangt: de aansprakelijkheid van de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring en de mogelijkheid voor de crediteur om de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij in te zien. Deze onderdelen staan niet op zichzelf maar vullen elkaar aan (§ 3.4 en § 3.5).
Aan het einde van dit hoofdstuk ga ik in op het feit dat een crediteur geen invloed heeft op de keuze van de 403-maatschappij om gebruik te maken van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime, en de keuze van de moedermaatschappij om de 403-verklaring in te trekken en om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen. Ik betoog dat een crediteur daarom op een zodanige wijze moet worden gecompenseerd, dat het nadeel dat hij ondervindt ten opzichte van de situatie dat de 403-maatschappij geen gebruik zou maken van de jaarrekeningvrijstelling, respectievelijk dat de 403-verklaring niet zou zijn ingetrokken of de overblijvende aansprakelijkheid niet zou zijn beëindigd volledig is weggenomen (§ 3.6). Dit standpunt in combinatie met de wisselwerking tussen de twee bovengenoemde onderdelen van de compensatie voor een crediteur, vormen de basis van het door mij bepleite uitgangspunt voor compensatie (§ 3.7). Aan de hand van dit uitgangspunt beantwoord ik in de volgende hoofdstukken van dit onderzoek diverse vraagstukken met betrekking tot de aansprakelijkheid van een moedermaatschappij op grond van een 403-verklaring. Ik onderzoek daarbij hoe verschillende wettelijke bepalingen moeten worden uitgelegd of gewijzigd, bezien vanuit dit uitgangspunt ten aanzien van de compensatie van de crediteuren.
Tot slot wijs ik aan het einde van dit hoofdstuk op enkele kanttekeningen met betrekking tot het belang van een jaarrekening voor het inzicht van een crediteur in de financiële positie van de rechtspersoon (§ 3.8).