Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/15.2.1:15.2.1 Recht op vertolking en vertaling
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/15.2.1
15.2.1 Recht op vertolking en vertaling
Documentgegevens:
Thomas Kraniotis, datum 01-08-2016
- Datum
01-08-2016
- Auteur
Thomas Kraniotis
- JCDI
JCDI:ADS458214:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 2013, 85, i.w.tr. 1 oktober 2013 (Stb. 2013, 268).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Richtlijn 2010/64/EU is het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures, inclusief procedures in verband met een Europees aanhoudingsbevel, neergelegd. Het recht daarop geldt vanaf het moment dat een persoon in kennis wordt gesteld van het bestaan van een verdenking tot de beëindiging van de procedure, inclusief een eventuele beroepsprocedure (art. 1, tweede lid, van de richtlijn). In artikel 2 is het recht op vertolking nader uitgewerkt. Het gaat om vertolking tijdens de procedure, zoals tijdens politieverhoren en zittingen, maar ook vertolking van communicatie tussen de raadsman en de verdachte. De mogelijkheid van vertolking ‘op afstand’, bijvoorbeeld via videoconferentie of telefonisch, wordt opengelaten mits het eerlijk proces gegarandeerd is. Artikel 3 legt het recht op vertaling van essentiële processtukken vast. Dat essentiële karakter wordt per geval beoordeeld door de autoriteiten. In lid 2 wordt bepaald dat beslissingen tot vrijheidsbeneming, de tenlastelegging of dagvaarding en vonnissen tot de essentiële processtukken behoren. Naast deze kernbepalingen kent de richtlijn een aantal waarborgen, zoals het recht om tegen een beslissing dat geen vertolking nodig is op te komen en de mogelijkheid om een klacht te formuleren over de kwaliteit van vertolking (art. 2, vijfde lid). Ook stelt de richtlijn zeker dat de kosten van vertolking en vertaling voor rekening van de lidstaten komen, ongeacht de uitkomst van de procedure (art. 4). De richtlijn is door Nederland tijdig, op 1 oktober 2013, geïmplementeerd.1
Implementatie van de richtlijn in de rechtsstelsels van de lidstaten zorgt ervoor dat rechtens is gegarandeerd dat een verdachte de strafrechtelijke of overleveringsprocedure die tegen hem wordt gevoerd voldoende kan volgen en dat hij met zijn raadsman kan communiceren. Uiteraard kan dat aspect niet los worden gezien van de nog te bespreken regelgeving rond toegang tot een advocaat. Ook is er een verband met de thans te bespreken richtlijn betreffende het recht op informatie in strafprocedures.