Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/3.2.5
3.2.5 Uitbreiding mogelijkheden tot leggen van beslag
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS493440:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 29 juni 1979, LJN AC6656, NJ 1980/346, m.nt. B. Wachter.
Artikel 708 lid 2 Rv werd nieuw ingevoegd. Bron: Reehuis & Slob 1992, p. 316-317.
Dergelijke beslagen zijn naar hun aard buitengewoon ingrijpendheid. Gezien de onduidelijkheid over de grondslag voor dergelijke beslagen werd door rechtbank Amsterdam hierover een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad gesteld (vzr. rb. Amsterdam, 1 november 2012, LJN BY6209 en 4 december 2012, LJN BY6220). Zie ook: gerechtsdeurwaarder O.J. Boeder in: ‘Het leggen van bewijsbeslag’, BER 2012-7, p. 22-26.
Sedert de codificatie in de periode 1820-1838 is het aantal objecten dat voor conservatoir beslag vatbaar is, aanzienlijk uitgebreid. Zonder de pretentie een overzicht van alle uitbreidingen te willen geven kunnen in dit kader genoemd worden het opnemen in de Lex Hartogh van voorschriften voor het leggen van conservatoir beslag op een onroerend goed ter verzekering van een geldvordering, alsook het conservatoir beslag onder de schuldeiser zelf en maritaal beslag, hetgeen tot op dat moment niet mogelijk was. Ook werd in 1972 een nieuwe afdeling ingevoegd die het mogelijk maakte conservatoir beslag te leggen op aandelen op naam en effecten op naam die geen aandelen zijn. Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad1 is in 1992 de mogelijkheid van conservatoir beslag op een goed waarop de schuldeiser voor zijn vordering verhaal heeft, doch dat niet aan de schuldenaar toebehoort, wettelijk vastgelegd.2 Daarnaast is in de loop der jaren het soort hoofdvordering ter verzekering waarvan beslag kan worden gelegd uitgebreid. Zo is met de herziening in 1992 de mogelijkheid tot het leggen van conservatoir beslag tot afgifte van roerende zaken en levering van onroerende zaken geïntroduceerd.
In 1998 is een regeling in Rv opgenomen inzake verhaalsbeslag onder een verzekeraar op aanspraken uit hoofde van levensverzekering (art. 724a Rv). In 2005 werd hieraan toegevoegd de mogelijkheid om in dit kader ook beslag ten laste van een begunstigde derde te leggen.
Het hoofddoel van deze uitbreidingen was een verruiming van de omvang van de bevoegdheid van de beslaglegger. Ingevolge de implementatie van Richtlijn 2004/48 EG inzake Intellectuele Eigendom is in 2007, aanvullend op de bestaande regels inzake conservatoir beslag, de mogelijkheid ontstaan om conservatoir bewijsbeslag te leggen, voorafgaand aan een inbreukprocedure. In navolging hiervan is een praktijk ontstaan waarbij wordt verondersteld dat ook in niet-IE zaken bewijsbeslag kan worden gelegd. De grondslag hiervoor wordt gevonden in de artikelen 730 jo. 843a Rv.3 De hier genoemde uitbreidingen worden algemeen beschouwd als een logisch gevolg van de ontwikkelingen in het handelsverkeer. Zij hebben onmiskenbaar een versterking van de positie van de beslaglegger tot gevolg gehad.