Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/7.1:7.1 Inleiding
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS587422:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
338. Indien aan de in het vorige deel behandelde ingangsvoorwaarden voldaan is, komt de kwestie aan de orde die centraal staat in het relativiteitsvereiste en het toerekeningsvereiste: bestaat tussen de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis en de daardoor veroorzaakte schade een toereikend normatief verband om een verplichting tot vergoeding van die schade aan te kunnen nemen? Deze vraag behandel ik in dit deel. In dit hoofdstuk bespreek onder welke omstandigheden dat verband toereikend is. In dat geval is in beginsel voldaan aan het relativiteitsvereiste, voor zover dat geldt, en tevens aan het toerekeningsvereiste. Vervolgens behandel ik in de hoofdstukken 8 t/m 11 een viertal situaties waarin dit verband ontoereikend is om een verplichting tot vergoeding van de veroorzaakte schade aan te kunnen nemen. In deze gevallen kan men, naar gelang dat uitkomt, ofwel zeggen dat niet aan het relativiteitsvereiste is voldaan ofwel zeggen dat de schade niet kan worden toegerekend. In hoofdstuk 12 bespreek ik op welke wijze in uitzonderlijke resterende situaties kan worden beoordeeld of een toereikend normatief verband aanwezig is.
339. De reden die het normatieve verband tussen de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis en de daardoor veroorzaakte schade toereikend doet zijn, zoek ik in dit hoofdstuk in de met de geschonden norm of de met de kwalitatieve aansprakelijkheid beoogde bescherming. Ik bespreek wanneer uit die beoogde bescherming volgt dat een toereikend normatief verband bestaat en de schade dus in beginsel dient te worden vergoed. Deze funderende betekenis van de met de geschonden norm of met de toepasselijke kwalitatieve aansprakelijkheid beoogde bescherming bespreek ik eerst in het algemeen (§ 7.2). Vervolgens werk ik voor verschillende typen aansprakelijkheidscheppende gebeurtenissen uit met welke veroorzaakte schade zij in voldoende normatief verband staan gezien het beschermingsdoel. Eerst werk ik dit uit voor de onrechtmatige daad (§ 7.3), daarna voor de kwalitatieve aansprakelijkheden voor personen, roerende zaken, opstallen en dieren (§ 7.4), en tot slot voor de tekortkoming in de nakoming van een verplichting uit overeenkomst (§ 7.5). Het hoofdstuk sluit ik af met een samenvatting (§ 7.6).