Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.3.1
10.3.1 Verweermiddelen
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588345:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de verweermiddelen die betrekking hebben op de persoon die nakoming eist, hierna nr. 630 e.v.
Een beroep op vermenging (art. 6:161 BW) ligt minder voor de hand omdat de schuldenaar die tevens schuldeiser is niet zichzelf tot nakoming zal aanspreken.
Vgl. voor de bijzondere verweren van hoofdelijke schuldenaren art. 6:7 lid 2 BW en van de borg als schuldenaar o.a. art. 6:139 lid 2 BW, art. 7:852 lid 1 BW en art. 7:853 BW.
Vgl. de borg als schuldenaar o.a. art. 6:139 lid 1 BW en art. 7:852 lid 2 BW. Vgl. bij samenloop van verzekeringen, art. 7:961 lid 1 BW.
Een afdwingbare vordering wordt door bevrijdende verjaring een niet-afdwingbare vordering (art. 3:306 e.v. BW). Bepaalde vorderingen, zoals die uit hoofde van kansspelen (art. 7 A: 1825 BW), zijn vanaf hun ontstaan natuurlijke verbintenissen. Partijen kunnen ook overeenkomen dat de vordering niet-afdwingbaar is (art. 6:3 lid 2 BW).
Vgl. o.a. afd. 6.1.6 BW, afd. 6.1.11 BW en Boek 7 en 8 BW.
Zie over deze bedingen hiervóór nr. 156 e.v.
563. De verweermiddelen van de schuldenaar kunnen op de vordering als zodanig betrekking hebben of op de persoon die nakoming eist. De verweermiddelen van de schuldenaar die op de vordering betrekking hebben, kunnen als volgt worden ingedeeld: (a) de vordering heeft een andere schuldenaar; (b) de vordering bestaat niet of niet in de gestelde grootte; (c) de vordering is niet opeisbaar of niet afdwingbaar; (d) de inhoud van de te verrichten prestatie is anders; en (e) de rechter is niet bevoegd (en andere procesrechtelijke verweren).1
Ad a. De schuldenaar kan het begin af aan of op een later moment, bijvoorbeeld door schuldoverneming (art. 6:155 BW) of contractsoverneming (art. 6:159 BW), niet (meer) de schuldenaar van de vordering zijn. In een procedure kan de vermeende schuldenaar de werkelijke schuldenaar in vrijwaring oproepen (art. 210 e.v. Rv).
Ad b. De vordering bestaat niet als de vordering nooit heeft bestaan, nog niet bestaat of niet meer bestaat. De vordering heeft bijvoorbeeld nooit bestaan als de onderliggende rechtsverhouding uit overeenkomst nietig is (art. 3:40 BW) of bij een schadevergoedingsvordering een succesvol beroep op een exoneratieclausule (vgl. art. 6:75 BW) of de eigen schuld van de schuldeiser (art. 6:101 BW) wordt gedaan. De vordering bestaat nog niet als deze nog toekomstig is. De vordering bestaat niet meer als deze teniet is gegaan door vervulling van een ontbindende voorwaarde of tijdsbepaling (vgl. art. 6:22 BW), door betaling door de schuldenaar of een derde (art. 6:30 BW), al dan niet op grond van bevrijdende betaling aan een inningsonbevoegde persoon (art. 6:32 e. v. BW), door inbetalinggeving (art. 6:45 BW), bij schuldeisersverzuim op vordering van de schuldenaar door de rechter bepaald (art. 6:60 BW), door verrekening (art. 6:127 e.v. BW), door kwijtschelding of schuldvernieuwing (art. 6:160 BW),2 door vernietiging van de onderliggende rechtsverhouding, bijvoorbeeld op grond van dwaling of benadeling van schuldeisers (art. 6:228, 3:45 jo 3:53 BW) of door ontbinding van de onderliggende rechtsverhouding (art. 6:265 jo 6:271 BW). De schuldeiser kan evenmin nakoming vorderen van de schuldenaar in het geval van rechtsverwerking of als hij als koper niet tijdig jegens de verkoper aan zijn waarschuwingsverplichting voldoet bij de non-conformiteit van de gekochte zaak (art. 7:23 lid 1 BW).3
De vordering bestaat niet (meer) in de gestelde grootte, als deze ten dele teniet is gegaan door gedeeltelijke ('partiële') vernietiging, gedeeltelijke ontbinding, prijsvermindering (art. 7:22 lid 1 sub b BW), gedeeltelijke betaling, gedeeltelijke afstand (bijvoorbeeld, in het kader van een schikking) of verrekening tot een bepaald bedrag. Ook een succesvol beroep op matiging (art. 6:109 BW), een exoneratieclausule of eigen schuld waardoor de aansprakelijkheid van de schuldenaar wordt verminderd, valt hieronder.
Ad c. Een vordering bestaat, maar is (nog) niet opeisbaar als de vordering onder opschortende voorwaarde of tijdsbepaling is, en de voorwaarde of tijdsbepaling nog niet is vervuld dan wel is ingegaan.4 Een vordering is (tijdelijk) niet opeisbaar, als de schuldeiser bijvoorbeeld uitstel van betaling heeft verleend of als de schuldenaar zijn bevoegdheid tot opschorting heeft uitgeoefend (vgl. art. 3:290, 6:52 en 6:262 BW).5 Een alternatieve verbintenis is nog niet opeisbaar als het keuzerecht dat aan de vordering is verbonden, nog niet is uitgeoefend (art. 6:17 BW). Een vordering is niet afdwingbaar als de vordering een natuurlijke verbintenis is (art. 6:3 lid 2 sub a BW).6 De vordering jegens de borg is op grond van art. 7:854 lid 1 BW pas afdwingbaar nadat de hoofdschuldenaar in de nakoming van zijn verbintenis tekort is geschoten.
Ad d. De schuldenaar kan aan zijn schuldeiser op grond van de overeenkomst of de wet7 verschillende verweren tegenwerpen ten aanzien van de inhoud van de te verrichten prestatie, zoals de grootte, de eigenschappen, het aantal, de soort of de maat van te leveren zaken, de plaats van nakoming, de valuta waarin betaald moet worden, de toerekening van de betaling of de duur, de aard of de omvang van te verlenen dienst.
Ad e. De schuldenaar kan zich jegens zijn schuldeiser beroepen op de absolute of de relatieve onbevoegdheid van de rechter. Hij kan voorts aan zijn schuldeiser tegenwerpen dat bepaalde procesrechtelijke termijnen zijn verlopen of dat het vonnis in gezag van gewijsde is gegaan (art. 236 Rv). Hij kan zich op de onbevoegdheid van de gewone rechter beroepen als een arbitragebeding is overeengekomen (art. 1020 lid 1 jo art. 1022 lid1 Rv). De schuldenaar kan ook andere (procesrechtelijke) afspraken, zoals een beding tot bindend ad vies, prorogatie of sprongcassatie, een bewijsovereenkomst, een rechtskeuzebeding en een (internationaal) forumkeuzebeding, aan de schuldeiser tegenwerpen.8