NJ 2014/375
Beklag invordering rijbewijs. OM ontvankelijk in cassatie. Wettelijk vermoeden recidivegevaar bij ingevorderd rijbewijs.
HR 11-03-2014, ECLI:NL:HR:2014:538, m.nt. B.F. Keulen
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
11 maart 2014
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, N. Jörg, V. van den Brink
- Zaaknummer
12/03806
- Conclusie
A-G mr. G. Knigge
- Noot
B.F. Keulen
- JCDI
JCDI:ADS127895:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:538, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 11‑03‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:121, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑02‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑08‑2012
- Wetingang
Essentie
1. Ontvankelijkheid OM in cassatieberoep. Nu de rechtbank verzoekers klaagschrift gegrond heeft verklaard waarop het ingehouden rijbewijs is teruggegeven aan klager en die beslissing afwijkt van het door de Officier van Justitie in raadkamer ingenomen standpunt, kan deze in zijn beroep worden ontvangen.
2. Art. 164 lid 4 WVW 1994 moet aldus worden uitgelegd dat wanneer ex art. 164 lid 2 WVW 1994 het rijbewijs is ingevorderd, steeds sprake is van een wettelijk vermoeden van recidivegevaar, op grond waarvan de officier van justitie bevoegd is dat rijbewijs onder zich te houden. Zulks tenzij, gelet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.