NJ 1951/474
Onzuivere vrijspraak door verkeerde uitleg van art. 36 Deviezenbesluit 1945.
HR 27-02-1951, ECLI:NL:HR:1951:11, m.nt. Prof. Mr. B.V.A. Röling (ATO-arrest)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 februari 1951
- Magistraten
Mrs Fick, Sinninghe Damsté, Feber, Rombach, Vrij
- Zaaknummer
[27021951/NJ_1951-474]
- Conclusie
Jhr. Mr. Dr. Van Asch van Wijck
- Noot
Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Roepnaam
ATO-arrest
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS166346:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bijzondere onderwerpen
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1951:11, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑02‑1951
- Wetingang
(Deviezenbesluit 1945 art. 36; Sv art. 430.)
Essentie
Onzuivere vrijspraak door verkeerde uitleg van art. 36 Deviezenbesluit 1945.
Samenvatting
Het Hof blijkt ervan te zijn uitgegaan dat, wil een rechtspersoon als de N.V. A.T.O. hebben gecrediteerd, resp. door debiteuren hebben beschikt, resp. betalingen hebben verricht als bedoeld in die bepalingen (van het Deviezenbesl. 1945 of van ingevolge dit besluit gegeven aanvullende en uitvoerings-voorschriften — Red.,) en daardoor een stralbaar feit hebben begaan in den zin van art. 36 (Deviezenbesl. 1945 — Red.), rechtens telkens behoort vast te staan een — aan de rechtspersoon als de hare toe te rekenen — overeenkomstige handeling, verricht door een bepaald aanwijsbaar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.