GS Verbintenissenrecht, art. 6:227 BW, aant. 11:11 Art. 6:227 BW. Bepaalbaar. Vaststelling naar tevoren vaststaande criteria. Subjectief element. Rol redelijkheid en billijkheid
GS Verbintenissenrecht, art. 6:227 BW, aant. 11
11 Art. 6:227 BW. Bepaalbaar. Vaststelling naar tevoren vaststaande criteria. Subjectief element. Rol redelijkheid en billijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De verbintenissen zijn bepaalbaar wanneer de vaststelling naar van tevoren vaststaande criteria kan geschieden. Zo: T-M op art. 6.5.2.10 OO, Parl. Gesch., p. 895 in fine, doorlopend op p. 896, daaraan toevoegend dat die criteria een subjectief element kunnen inhouden: de nadere vaststelling van de inhoud kan aan een derde, ‘ja zelfs aan een der partijen’ worden opgedragen, vervolgend:
“Deze laatste moet, gelijk in een constante rechtspraak is aangenomen, bij de uitvoering van deze taak te goeder trouw, dat wil zeggen met inachtneming van wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd, te werk gaan. Wordt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
GS Verbintenissenrecht, art. 6:227 BW, aant. 11
11 Art. 6:227 BW. Bepaalbaar. Vaststelling naar tevoren vaststaande criteria. Subjectief element. Rol redelijkheid en billijkheid
mr. Y.G. Blei Weissmann, actueel t/m 10-01-2018
10-01-2018
01-01-1992 tot: -
mr. Y.G. Blei Weissmann
GS Verbintenissenrecht, art. 6:227 BW, aant. 11
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
bepaalbaarheid
verbintenis
Burgerlijk Wetboek Boek 6 artikel 227
De verbintenissen zijn bepaalbaar wanneer de vaststelling naar van tevoren vaststaande criteria kan geschieden. Zo: T-M op art. 6.5.2.10 OO, Parl. Gesch., p. 895 in fine, doorlopend op p. 896, daaraan toevoegend dat die criteria een subjectief element kunnen inhouden: de nadere vaststelling van de inhoud kan aan een derde, ‘ja zelfs aan een der partijen’ worden opgedragen, vervolgend:
“Deze laatste moet, gelijk in een constante rechtspraak is aangenomen, bij de uitvoering van deze taak te goeder trouw, dat wil zeggen met inachtneming van wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd, te werk gaan. Wordt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.