NJB 2022/1961
Het fundamentele karakter van het rechtop zitting gehoord te worden over inbewaringstelling, maakt dat de staatssecretaris had moeten onderzoeken of de overdracht van de vreemdeling enige tijd uitgesteld kon worden zodat hij door de rechtbank gehoord kon worden.
ABRvS 10-08-2022, ECLI:NL:RVS:2022:2296
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
10 augustus 2022
- Magistraten
Mrs. Verheij, Wissels, Drop
- Zaaknummer
202201307/1/V3
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2022:2296, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 10‑08‑2022
- Wetingang
(art. 94 VW 2000)
Essentie
Het fundamentele karakter van het rechtop zitting gehoord te worden over inbewaringstelling, maakt dat de staatssecretaris had moeten onderzoeken of de overdracht van de vreemdeling enige tijd uitgesteld kon worden zodat hij door de rechtbank gehoord kon worden.
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van: de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 23 februari 2022 in zaak nr. NL22.1843 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris.
Uitspraak
Procesverloop
Bij besluit van 4 februari 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.