Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/7.2.2.4
7.2.2.4 Rente en de onzakelijke lening
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS397120:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De Hoge Raad kiest voor deze benadering omdat het debiteurenrisico dat een vennootschap bij het verstrekken van een onzakelijke lening aanvaardt, te vergelijken is met het risico dat wordt gelopen door een vennootschap die zich borg stelt voor een lening die onder vergelijkbare voorwaarden rechtstreeks bij een derde is opgenomen door een met haar gelieerde vennootschap.
HR 15 maart 2013, nr. 11/02248, BNB 2013/149.
Zie de door Egelie in zijn noot bij BNB 2013/149 aangehaalde literatuur.
Kwalificeert een lening als onzakelijk, dan rijst de vraag of, en zo ja op welke wijze een rentecorrectie dient plaats te vinden. De Hoge Raad geeft in BNB 2012/37 aan dat er argumenten zijn voor de opvatting dat bij de vaststelling van de fiscale winst van de crediteur en de debiteur de in aanmerking te nemen rente op een onzakelijke lening moet worden ontdaan van iedere opslag voor debiteurenrisico. Dit heeft echter volgens de Hoge Raad als gevolg dat de uitlenende concernvennootschap - in geval zij de lening bij derden heeft gefinancierd - fiscaal een structureel verlies zou lijden op de financiering van de gelieerde vennootschap. Dit nadeel vindt de Hoge Raad blijkbaar dermate zwaarwegend dat hij kiest voor een soort vuistregel (de borgstellingsanalogie). Als vuistregel geldt dat de rente op de onzakelijke lening wordt gesteld op de rente die de gelieerde vennootschap zou moeten vergoeden indien zij met een borgstelling van de concernvennootschap onder overigens gelijke voorwaarden van een derde zou lenen.1 Met deze benadering voorkomt de Hoge Raad dat er met betrekking tot de rentelast verschil ontstaat in het resultaat van de gelieerde vennootschap al naar gelang onder borgstelling van een derde wordt geleend, of rechtstreeks van de concernvennootschap. In BNB 2013/1492 heeft de Hoge Raad meer duidelijkheid verschaft omtrent de fiscale behandeling en waardering van een renteloze lening, rente-imputatie en een rentevordering. De rentevordering die ontstaat moet volgens de Hoge Raad worden gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer. Dit betekent kort geformuleerd dat alleen een reëel bedrag aan rente in de winstsfeer terecht komt. Aangezien de waarde in het economische verkeer van de rentevordering bij een onzakelijke lening in vele gevallen nihil zal zijn, wordt in de literatuur3 ook wel gesuggereerd dat de vuistregel achterhaald is (dan wel in veel gevallen praktische betekenis mist).