NJ 2025/77
Verwijdering van de verdachte uit de zittingszaal o.g.v. art. 273 lid 3 Sv in het licht van art. 6 EVRM.
HR 10-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1783, m.nt. N. Jörg
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 december 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/03824
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Noot
N. Jörg
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD1869:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1783, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1025, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑10‑2023
- Wetingang
Essentie
Verwijdering van de verdachte uit de zittingszaal o.g.v. art. 273 lid 3 Sv is in beginsel niet onverenigbaar met art. 6 EVRM. Het aanwezigheidsrecht en het recht op het voeren van een effectieve verdediging kunnen meebrengen dat rechter (ambtshalve) onderzoekt of de verdachte in de zittingszaal kan terugkeren.
Samenvatting
Op grond van art. 273 lid 3 Sv kan de voorzitter van de rechtbank of het hof bevelen dat de verdachte die na een eerdere, vergeefse waarschuwing de orde op de terechtzitting opnieuw verstoort, uit de zittingszaal wordt verwijderd. Bij die eerdere waarschuwing ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.