Revindicatoire aanspraken op giraal geld
Einde inhoudsopgave
Revindicatoire aanspraken op giraal geld (R&P nr. FR3) 2009/2.3.0:2.3.0 Introductie
Revindicatoire aanspraken op giraal geld (R&P nr. FR3) 2009/2.3.0
2.3.0 Introductie
Documentgegevens:
B. Bierens, datum 23-03-2009
- Datum
23-03-2009
- Auteur
B. Bierens
- JCDI
JCDI:ADS592341:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De derde hier te bespreken functie is die van betaalmiddel. Een betaalmiddel kan deel uitmaken van een individueel vermogen (geld in concreto) en onderscheidt zich daarmee van de functies van munteenheid en rekenmiddel die hiervoor aan de orde kwamen. In deze paragraaf passeren enkele aspecten van betaalmiddelen de revue, voor zover die voor een juiste vermogensrechtelijke kwalificatie van belang zijn. Ik begin met diverse verschijningsvormen en de ontwikkeling die zij hebben doorgemaakt (paragraaf 3.1). Vervolgens bespreek ik enkele factoren die van invloed zijn op de waarde van geld en het inzicht dat munten, bankbiljetten en girale tegoeden nevengeschikte, aan elkaar gelijkwaardige geldvormen zijn (paragraaf 3.2). Daarna komt aan de orde welke betekenis moet worden toegekend aan de hoedanigheid van wettig betaalmiddel (paragraaf 3.3). Ik besluit met een tussenbalans (paragraaf 3.4).