Arbeidsrecht en insolventie
Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/4.5.1:4.5.1 Geen transitievergoeding
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/4.5.1
4.5.1 Geen transitievergoeding
Documentgegevens:
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS301194:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel uitgangspunt in het onder de Wwz geïntroduceerde artikel 7:673 BW is dat iedere werknemer, die ten minste 24 maanden in dienst is, recht heeft op de zgn. transitievergoeding in geval zijn arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt opgezegd, hoeft de werknemer van een insolvente werkgever zich hierover verder geen illusies te maken. In artikel 7:673c lid 1 BW is bepaald dat de transitievergoeding niet langer verschuldigd is als de werkgever in staat van faillissement is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend. In dit hoofdstuk blijft het nu bij de enkele vermelding van dit overigens niet onbelangrijke uitgangspunt. Er is reeds uitgebreider op ingegaan in hoofdstuk 3 (Loon). Op deze plaats concentreer ik mij op de vraag of een curator zich bij de uitoefening van zijn taak zodanig kan gedragen dat tegen een in het kader daarvan plaatsvindende opzegging met succes door een werknemer kan worden opgekomen, hetzij door die opzegging aan te tasten c.q. te vernietigen, hetzij door een (billijke) vergoeding toegekend te krijgen. Dat brengt met zich dat dit ook niet de plaats is om de verschuldigdheid van vóór het faillissement toegekende of overeengekomen (ontslag)vergoedingen aan een nadere analyse te onderwerpen; dit is reeds aan de orde geweest in hoofdstuk 3.