Inhoudsopgave
Ondernemingsrecht 2017/57:De enquêtebevoegdheid van de rechtspersoon
Ondernemingsrecht 2017/57
De enquêtebevoegdheid van de rechtspersoon
Documentgegevens:
Mr. K. Spruitenburg, datum 10-04-2017
- Datum
10-04-2017
- Auteur
Mr. K. Spruitenburg1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS69265:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Wetingang
art. 2:346 lid 1 sub d en lid 2 BW; art. 2:130 BW; art. 2:240 BW
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit art. 2:346 lid 1 sub d en lid 2 BW volgt dat het bestuur, de RvC of de niet-uitvoerende bestuurders in een one-tier board een enquêteverzoek namens de rechtspersoon kunnen indienen. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de minister het indienen van een enquêteverzoek namens de rechtspersoon ziet als een vertegenwoordigingshandeling. Het volgen van de vertegenwoordigingsregels leidt in het enquêteprocesrecht tot een aantal ongewenste gevolgen. Zo kan een zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegde bestuurder zonder medewerking van de andere bestuurder(s) een enquêteprocedure starten. In een meerhoofdig bestuur met zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegde bestuurders, kan de ene bestuurder een enquêteverzoek van de andere ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.