Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/4.3.4.1
4.3.4.1 Fiscaal
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS465702:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Breda 7 april 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BM6232 (NTFR 2010, 1549, met noot Schouten).
Rechtbank Den Haag 10 oktober 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ6830.
Hof Arnhem 3 mei 2011, r.o. 4.2, ECLI:NL:GHARN:2011:BQ5199 (NTFR 2011, 1769, met noot Wolf).
CBB 12 maart 2005, r.o. 4.15 (ECLI:NL:CBB:2005:AT3585). De vraag is dan gerechtvaardigd of het bezwaartraject zich wel leent voor een onbevooroordeelde en objectieve heroverweging van het eerdere boetebesluit. Zie verder onderdeel 4.4.4.
De bewijslast die op belastingplichtige rust in het geval hij het gevoel heeft dat de inspecteur vooringenomen is, lijkt in de praktijk nogal eens een te zware dobber te zijn. Zo was de belastingplichtige in een loonbelastingcasus van mening dat dezelfde ambtenaren betrokken waren geweest bij zowel het opleggen van de naheffingsaanslag als het behandelen (horen) van het bezwaar. Belanghebbende had echter geen namenlijst van de ambtenaren die de naheffingsaanslag hadden geformaliseerd, zodat de rechter hier niet op in kon gaan. Wel oordeelde de rechtbank dat uit de stukken geen vooringenomenheid tijdens de bezwaarfase was gebleken.1 Ook vormde in een andere procedure het concretiseren van de stelling van belastingplichtige, dat de inspecteur al bij de uitnodiging voor het hoorgesprek had aangegeven dat een gesprek niet meer tot verandering van zijn standpunt zou leiden, een onoverkomelijk bewijsprobleem.2 Als de inspecteur echter ter zitting niet ontkent dat hij voorafgaand aan het hoorgesprek heeft gezegd dat hij ‘weinig of geen kans zag dat het bezwaar van belanghebbende zou worden gehonoreerd’ – althans deze bewering van betrokkene wordt door hem niet betwist – dan maakt de belastingplichtige kans.3 Overigens staat het de inspecteur vrij om tijdens de bezwaarprocedure meer argumenten te vinden om het eerder ingenomen standpunt te handhaven; dit is inherent aan de heroverwegingsfunctie van het bezwaartraject.4
De jurisprudentie met betrekking tot de werking van het verbod van vooringenomenheid ziet dus met name op de bezwaarfase en niet zozeer op de primitieve aanslagregeling en boete-oplegging. Dat betekent echter niet dat de onpartijdigheidsnorm zich niet zou richten tot het primitieve besluitvormingstraject, zoals hierna uit overige bestuursrechtelijke jurisprudentie zal blijken.