Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/3.1
3.1 Inleiding
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg
- JCDI
JCDI:ADS434592:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
Met ingang van 1 januari 1992 opgenomen in artikel 6:159 BW, welk artikel bepaalt:
- ‘1.
Een partij bij een overeenkomst kan haar rechtsverhouding tot de wederpartij met medewerking van deze laatste overdragen aan een derde bij een tussen haar en de derde opgemaakte akte.
- 2.
Hierdoor gaan alle rechten en verplichtingen over op de derde, voor zover niet ten aanzien van bijkomstige of reeds opeisbaar geworden rechten of verplichtingen anders is bepaald.’
Wet van 15 mei 1981, Stb. 1981, 400.
Kamerstukken II 1979/80, 15940, nr. 3, p. 4.
Het Nederlandse recht kende ten tijde van de implementatie van de richtlijn overgang van onderneming geen regeling inzake het behoud van rechten vanwerknemers bij de overdracht van een onderneming. De figuur van contractsoverneming was niet in de wet opgenomen1 en de Hoge Raad accepteerde niet dat in het geval van overdracht van een onderneming contractsoverneming plaatsvond. In tegenstelling tot de Hoge Raad hadden lagere rechters herhaaldelijk geoordeeld dat bij overdracht van een onderneming contractsoverneming had plaatsgevonden en deze opvatting werd ook in de rechtsliteratuur wel verdedigd. In deze opvatting werd de maatschappelijke werkelijkheid van belang geacht, die liet zien dat een arbeidsovereenkomst zelden werd gesloten met het oog op de persoon van de werkgever, maar juist met het oog op het bedrijf van de werkgever. Hierdoor betekende wijziging van de persoon van de werkgever nog niet dat een nieuwe arbeidsovereenkomst tot stand kwam.
De richtlijn overgang van onderneming is in Nederland geïmplementeerd doordat in het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), bij de bijzondere overeenkomsten in de titel over de arbeidsovereenkomst een nieuwe afdeling over overgang van onderneming werd ingevoegd, alsmede de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (hierna: Wet cao) en de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (hierna Wet avv) werden gewijzigd.2 De Nederlandse implementatiewetgeving van de richtlijn overgang van onderneming maakt daarmee met name deel uit van de civiele regeling van de arbeidsovereenkomst, hetgeen het denken over overgang van onderneming in Nederland vergaand heeft bepaald.
De Nederlandse wetgever heeft in de memorie van toelichting opgemerkt dat er sprake was van een zekere evolutie in de richting van de gedachte dat het meer met de maatschappelijke werkelijkheid overeenstemde om aan te nemen dat een arbeidsovereenkomst wordt gesloten ten behoeve van de onderneming, zodat die overeenkomst behoort door te lopen ongeacht wie de ondernemersfunctie vervult.3 Daarnaast heeft de wetgever opgemerkt dat de richtlijn overgang van onderneming en de uitwerking daarvan in het wetsontwerp een belangrijke en principiële vernieuwing in het Nederlandse arbeidsrecht teweeg zou brengen. Tot dat moment kende het Nederlandse arbeidsrecht immers geen algemene vermogensovergang waardoor de verkrijger de hoedanigheid van werkgever van zijn voorganger voortzette.