De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/13.3.3:13.3.3 Uitzondering
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/13.3.3
13.3.3 Uitzondering
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366358:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Naar Duits recht is dit verdedigd door Löhdefink 2007, p. 304.
Bij een verbintenis met een ontbindende voorwaarde is er sprake van een verbintenis. Dit speelt bij het ontstaan van de biedplicht geen rol, wel bij het einde daarvan (zie eerder § 9.3.4).
Dit is ook de uitleg die de AFM geeft in het kader van de meldingsplicht, zie AFM-leidraad voor aandeelhouders, par. 6 <www.afm.nl>.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Slechts als uit de overeenkomst of de omstandigheden van het geval boven twijfel is verheven dat partijen hebben beoogd de samenwerking op een later moment te initiëren en er geen sprake is geweest van in onderling overleg handelen, zie ik ruimte om de biedplicht op een later moment te laten ontstaan.1 Hierbij kan onder meer worden gedacht aan verbintenissen onder opschortende voorwaarde (§ 9.3.4).2 In dat geval hoort de biedplicht pas te ontstaan op het moment waarop de verbintenis ontstaat,3 tenzij gedragingen van partijen een ander oordeel rechtvaardigen (§ 9.4.3).