Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/11.3.2.2
11.3.2.2 Conformiteit (art. 7:17 BW) / Vrij van lasten en beperkingen (art. 7:15 BW)
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS591903:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Het oude BW bevatte ten aanzien van de koop van vorderingen op dit punt een uitgebreidere regeling, zie art. 1569 e.v. BW (oud) en Wiarda 1937, p. 287-297.
Vgl. M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 7, p. 297; Wiarda 1937, p. 293-294.
Zie Wessels 2010, nr. 73; Asser/Hijma 5-I 2007, nr. 129.
Vgl. Wessels 1997, p. 688; en Wessels 2010, nr. 73.
Zie Wessels 1997, p. 687, Wessels 2010, nr. 70; Asser/Hijma 5-I 2007, nr. 279.
Zie Wessels 2010, nr. 69. Anders dan Wessels schrijft, is n.m.m. een vordering zonder bekende schuldenaar niet 'onbepaalbaar'.
Vgl. over bulkcessies ten titel van koop, Rongen 1996, p. 269 e.v.
Vgl. art. 11:204 sub c PECL en art. III- 5:112 lid 6 en 5:115 lid 1DCFR.
Vgl. in het kader van securitisaties ten aanzien van 'further advances' (nieuwe of verhoogde leningen), Ruys 2004, p. 84.
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 7, p. 297; Beuving 1996, p. 73; Wessels 1997, p. 687, Wessels 2010, nr. 73; Asser/Hijma 5-I 2007, nr. 279.
Vgl. voor verhuurde zaken: geen huurachterstanden, Wessels 2010, nr. 73.
Zie HR 10 december 1993, NJ 1994, 667, m.nt. PvS.
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 7, p. 16.
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 7, p. 16. Vgl. Wiarda 1937, p. 294-296. Ongetwijfeld zal ook het eenvormige karakter van de regeling van koop, die geheel is geschreven voor zaken, en niet voor andere vermogensrechten, ten grondslag hebben gelegen aan de wens om deze bepalingen niet meer op te nemen.
Zie in het kader van securitisaties, Ruys 2004, p. 83.
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 7, p. 297. Vgl. ook Beuving 1996, p. 73; Wessels 1997, p. 687, Wessels 2010, nr. 73; Asser/Hijma 5-I 2007, nr. 279.
Vgl. voor opschorting en verrekening, Van Boom 1998, p. 70; Wessels 2010, nr. 73.
Anders: Wessels 2010, p. 73.
Zie hierv66r nr. 567.
Zie Wessels 2010, nr. 72; Asser/Hijma 5-I 2007, nr. 274 e.v.
Zie Asser/Hijma 5-I 2007, nr. 274 e.v.
Tenzij anders is overeengekomen, zijn de deelgenoten verplicht in evenredigheid van hun aandelen elkander de schade te vergoeden die het gevolg is van een uitwinning of stoornis, voortgekomen uit een vóór de verdeling ontstane oorzaak, alsmede, wanneer een vordering voor het volle bedrag is toegedeeld, de schade die voortvloeit uit onvoldoende gegoedheid van de schuldenaar op het ogenblik van de verdeling (art. 3:188 lid 1 BW). Art. 3:188 lid 4 BW geeft een omslagregeling, indien verhaal op een deelgenoot voor zijn aandeel in de schadevergoeding onmogelijk blijkt (vgl. de omslagregeling bij hoofdelijkheid, art. 6:13 BW). Bij de koop van vordering hoeft de verkoper niet in te staan voor de gegoedheid van de schuldenaar. De deelgenoten staan hier blijkens de tekst van art. 3:188 lid 1 BW wel voor in jegens de verkrijgende deelgenoot. Ook behoeft de verkoper niet de schade te vergoeden die het gevolg is van een uitwinning of stoornis, voortgekomen uit een vóór de aflevering ontstane oorzaak, als de koper deze uitdrukkelijk heeft aanvaard. Ook op dit punt geeft art. 3:188 lid 1 BW een andere regeling. Wordt een deelgenoot door zijn eigen schuld uitgewonnen of gestoord, dan zijn de overige deelgenoten niet verplicht tot vergoeding van zijn schade (art. 3:188 lid 2 BW).
664. De afgeleverde vordering client aan de koopovereenkomst te beantwoorden; deze dient 'conform' de koopovereenkomst te zijn (art. 7:17lid 1 jo 7:47 BW).1 In art. 7:17 lid 2 t/m 5 jo 7:47 BW wordt deze verplichting uitgewerkt. De vordering beantwoordt niet aan de overeenkomst, indien zij, mede gelet op de aard van de vordering en de mededelingen die de verkoper over de vordering heeft gedaan,2 niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de vordering de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien (art. 7:17 lid 2 jo 7:47 BW). Een andere vordering dan is overeengekomen, of een vordering van een andere soort, beantwoordt evenmin aan de overeenkomst. Hetzelfde geldt indien het afgeleverde in aantal of in grootte of aard van de prestatie van het overeengekomene afwijkt (art. 7:17 lid 3 jo 7:47 BW). Op de koper rust ten aanzien van de conformiteit een onderzoeksverplichting. Hij kan zich er niet op beroepen dat de vordering niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer hem dit ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn (art. 7:17 lid 5 eerste zin jo 7:47 BW).3
Vindt de stille cessie ten titel van koop plaats, dan rust óók op de stille cedent als verkoper de verplichting om de vordering over te dragen conform de koop (art. 7:17 jo 7:47 BW).
Met betrekking tot de 'conformiteit' van vorderingen kan bij het begrip 'de eigenschappen van de vordering' zoals bedoeld in art. 7:17 lid 2 jo 7:47 BW worden onderscheiden tussen (a) de inhoud van de vordering en de daaraan verbonden nevenrechten, 4 (b) de persoon van de schuldenaar en (c) de rechtspositie van de schuldenaar.5
665. Ad a. Onder de inhoud van de vordering en de nevenrechten valt onder meer (de omvang en de aard van) de prestatie waartoe de schuldenaar gehouden is (vgl. art. 7:17 lid 3 jo 7:47 BW), de inhoud van bedingen die als nevenrechten met de vordering overgaan, zoals een arbitragebeding en een rechtskeuzebeding,6 de opeisbaarheid van de vordering, eventuele ontbindende of opschortende voorwaarden, de verrekenbaarheid door de koper van de vordering met een uitstaande schuld en de aan de vordering verbonden zekerheidsrechten en voorrechten. Ook de soort overeenkomst waaruit de vordering voortvloeit, kan tot de eigenschappen van de vordering behoren. Een eigenschap die voor normaal 'gebruik' van de vordering nodig is en waarvan de koper de aanwezigheid niet behoeft te betwijfelen, is dat de vordering niet verjaard is.7 Ook de bekendheid met de persoon van de schuldenaar is een eigenschap die voor een normaal gebruik van de vordering nodig is.8 De verkoop en de overdracht van een vordering met een onbekende schuldenaar is mogelijk (art. 3:92 lid 2 BW), maar (het ontbreken van) deze eigenschap dient aan de koper medegedeeld te worden. Een eigenschap van de vordering die nodig is voor een bijzonder 'gebruik' is de verrekenbaarheid met een schuld van de koper aan de schuldenaar van de gekochte vordering. Het aantal van de afgeleverde vorderingen (art. 7:17 lid 3 jo 7:47 BW) is van belang voor bulkcessies, bijvoorbeeld in het kader van een securitisatie of factoring.9 Uit de koop kan ook voortvloeien dat bepaalde rechten die geen nevenrechten zijn, zoals een zaak waarop een eigendomsvoorbehoud rust, een 403-vordering of schadevergoedingsvorderingen, met de vordering moeten worden overgedragen.10 De koop van de vordering als zodanig omvat echter niet ook de koop van deze rechten. Ontbreken zij, dan is geen sprake van non-conformiteit, maar de niet-nakoming van de verplichting tot overdracht van deze rechten.11 Onder de eigenschappen van de nevenrechten kan mede worden verstaan een bepaalde type zekerheidsrecht, bijvoorbeeld een bankhypotheek of een krediethypotheek, en óók dat geen nieuwe vorderingen ontstaan die onder de reikwijdte van deze hypotheek vallen.12
666. Ad b. De eigenschappen die betrekking hebben op de persoon van de schuldenaar zijn diens kredietwaardigheid of solvabiliteit. De kredietwaardigheid van de schuldenaar bepaalt (mede) de waarde van de vordering en is daarom een eigenschap die van belang is voor de vraag of de vordering aan de overeenkomst beantwoordt. Voor deze eigenschappen is bijvoorbeeld van belang of de schuldenaar failliet is verklaard, aan hem surseance van betaling is verleend of op hem de Wet schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is verklaard. Voorts kunnen van belang zijn een kredietbeoordeling door een credit rating agency zoals Standard & Poor's of Moody's Investor Service, de betalingsgeschiedenis van de schuldenaar en de BKR-gegevens. Een eigenschap van de vordering die voor normaal 'gebruik' daarvan nodig is en waarvan de koper de aanwezigheid niet behoeft te betwijfelen is dat de schuldenaar solvent is.13 Indien het faillissement van de schuldenaar is aangevraagd of voorzienbaar is, als de schuldenaar betalingsachterstanden heeft of als de verwachting is dat kredietbeoordeling naar beneden zal worden bijgesteld, rust op de verkoper ten aanzien daarvan een mededelingsplicht.14 Ten aanzien van gegevens die openbaar toegankelijk of publiekelijk bekend zijn gemaakt, zoals het eenmaal uitgesproken faillissement van de schuldenaar of een publiekelijk bekend gemaakte kredietbeoordeling, rust op de koper een onderzoeksplicht. Wat de koper mag verwachten, en hoever de mededelingsplicht en onderzoeksplicht van de verkoper respectievelijk de koper reikt, zal afhangen van de omstandigheden van het geval. In het algemeen zal een koper mogen verwachten dat indien de koopprijs van een vordering gelijk is aan de waarde van de vordering, de schuldenaar solvabel is.
Onder het oude recht was de verkoper niet voor de 'genoegzame gegoedheid' van de schuldenaar verantwoordelijk, tenzij hij zich daartoe had verbonden (art. 1571 BW (oud)). De (financiële) gegoedheid van de schuldenaar is zijn kredietwaardigheid.15 In de regeling van koop is deze bepaling niet teruggekomen, omdat de regel volgens de Toelichting Meijers 'vanzelf spreekt'.16 De koper die beloofd heeft te zullen instaan voor de genoegzame gegoedheid van de schuldenaar, werd onder het oude recht geacht alleen in te staan voor de gegoedheid van de schuldenaar op het moment van aflevering, en niet voor diens toekomstige kredietwaardigheid, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk is bedongen (art. 1572 BW (oud)). De bepaling is blijkens de parlementaire geschiedenis niet in het huidige BW teruggekeerd, omdat de uitleg van overeenkomsten beter aan de rechter kan worden overgelaten en niet wettelijk geregeld dient te zijn.17 Uit art. 7:17 jo 7:47 BW volgt naar mijn mening inderdaad dat de verkoper niet in hoeft te staan voor de toekomstige kredietwaardigheid van de schuldenaar, tenzij dit uitdrukkelijk is bedongen.18 Uit de parlementaire geschiedenis bij art. 7:47 BW volgt wel dat de verkoper in beginsel in dient te staan voor de solvabiliteit van de schuldenaar op het moment van aflevering. Insolvabiliteit van de schuldenaar kan op grond van art. 7:17 jo 7:47 BW leiden tot de aansprakelijkheid van de verkoper.19
667. Ad c. De eigenschappen van de vordering worden ten slotte bepaald door de verweermiddelen en bevoegdheden van de schuldenaar. Komt aan de schuldenaar de bevoegdheid tot opschorting, verrekening, ontbinding of vernietiging toe en heeft de uitoefening daarvan nadelige gevolgen voor de vordering, dan beantwoordt de vordering, afhankelijk van de inhoud van de koop, mogelijk niet aan de overeenkomst.20 Als deze bevoegdheid aan de schuldenaar al toekwam vóór de overgang van de vordering, wordt dit niet per definitie anders.21 Juist ook in een dergelijk geval kan sprake zijn van non-conformiteit, en bovendien is in alle gevallen de inhoud van de koopovereenkomst uiteindelijk bepalend. Bestaat het risico dat de vordering tenietgaat door verrekening, ontbinding of vernietiging door de schuldenaar of dat de vordering niet-opeisbaar wordt door opschorting door de schuldenaar, dan heeft de verkoper ten aanzien van deze eigenschappen van de vordering een mededelingsplicht jegens de koper. Dat de koper zich jegens de schuldenaar bij onbekendheid met mogelijk verweren en bevoegdheden kan beroepen op art. 3:36 BW (derdenbescherming), 22 laat de verplichting van de koper om een vordering af te leveren die aan de overeenkomst beantwoordt, onverlet.
Gaat de verkoper in de periode tussen de koop en de overdracht van de vordering over tot (gedeeltelijke) afstand van de vordering of van afhankelijke rechten of nevenrechten, schuldwijziging, het omzetten van de vordering in een tot vervangende schadevergoeding, het verlenen van uitstel van betaling of het verlenen van toestemming aan een inbetalinggeving, betaling in gedeelten of schuldoverneming, dan is de verkoper in beginsel jegens de koper aansprakelijk uit hoofde van wanprestatie, voorzover door zijn handelingen de waarde van de vordering is aangetast. Hetzelfde geldt als hij juist nalaat om bepaalde handeling te verrichten, waardoor rechten ten aanzien van de vordering verloren gaan, en bijvoorbeeld verval van instantie optreedt, bij een alternatieve verbintenis het keuzerecht van de schuldeiser naar de schuldenaar verspringt, de vordering verjaart of schuldeisersverzuim ontstaat. Van non-conformiteit kan ook sprake zijn als de verkoper een niet-opeisbare vordering door opzegging vervroegd opeisbaar maakt of zonder overleg met de koper het keuzerecht bij een alternatieve verbintenis uitoefent, terwijl de overdracht van een niet-opeisbare vordering dan wel een alternatieve verbintenis is overeengekomen. De verkoper kan door het handelen van de koper een nadeel ondervinden omdat hij door de vervroegde opeisbaarheid contractuele rente misloopt respectievelijk geen keuze kan uitbrengen. De koper kan zijn schadevergoedingvordering gronden op zowel een schending van de zorgverplichting van de verkoper, als op diens verplichting om de vordering conform af te leveren.
668. Op de verkoper rust voorts de verplichting om de vordering vrij van alle bijzondere lasten en beperkingen over te dragen, met uitzondering van die welke de koper uitdrukkelijk heeft aanvaard (art. 7:15 jo 7:47 BW).23 Dat geldt ook voor de stille cedent als verkoper. De bijzondere lasten en beperkingen van art. 7:15 lid 1 BW zien op rechtsgebreken.24 Bij vorderingen zijn deze onder meer het recht van vruchtgebruik, het recht van pand, een onderbewindstelling en een executoriaal of conservatoir derdenbeslag.25
669. Bij de toedeling na verdeling van een gemeenschappelijke vordering geeft art. 3:188 lid 1 BW een ten opzichte van art. 7:15 lid 1 BW en art. 7:17 BW afwijkende regeling.26