V-N 2024/41.7
Rijnvarende met Liechtensteinse werkgever is geheel 2018 verzekerd en premieplichtig in Nederland
Hof Den Haag 19-06-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1032, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
19 juni 2024
- Magistraten
De Hek, Kroon, Zandhuis
- Zaaknummer
BK-23/1187
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS979766:1
- Vakgebied(en)
Internationale sociale zekerheid / Bijzondere onderwerpen
Premieheffing / Algemeen
Premieheffing (V)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2024:1032, Uitspraak, Hof Den Haag, 19‑06‑2024
- Wetingang
art. 18 en 73 Verordening (EEG) 987/2009; art. 16 Verordening (EEG) nr. 883/2004
Essentie
Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur Rijnvarende X terecht in de PVV-heffing heeft betrokken. De door Liechtenstein afgegeven A1-verklaring is volgens het hof niet van belang omdat Liechtenstein de ingebrachte bezwaren tegen de Nederlandse A1-verklaring heeft ingetrokken.
Samenvatting
X werkt in 2018 voor zijn Liechtensteinse werkgever als Rijnvarende aan boord van schepen waarvan de exploitant in Nederland is gevestigd. De SVB geeft voor de periode 1 januari 2016 tot en met 31 maart 2019 een A1-verklaring af, waarbij het Nederlandse sociale zekerheidsrecht op hem van toepassing is verklaard. X is het daar niet mee eens en heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.