V-N 2025/3.18
Ondanks forse investeringen in kantoorpand is volgens A-G geen sprake van nieuw vervaardigde onroerende zaak
HR (Parket) 29-11-2024, ECLI:NL:PHR:2024:1283, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
29 november 2024
- Zaaknummer
24/02923
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS995130:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:157, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1283, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Wattel concludeert dat het hof en de rechtbank terecht hebben geoordeeld dat de verbouwing niet zo ingrijpend is geweest dat daardoor in wezen een nieuw gebouw is ontstaan. De A-G bespreekt daarbij de recente jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en de Hoge Raad.
Samenvatting
X BV verkrijgt in 2018 de aandelen in Y BV, een onroerendezaakrechtspersoon. Tot de activa van Y BV behoort een kantoorpand waarvan Y BV het recht van erfpacht op de grond met daarop het pand heeft verkregen voor € 6,5 mln. In 2016-2017 wordt het pand verbouwd voor € 25,2 mln. en vanaf ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.