Einde inhoudsopgave
De invloed van het EVRM op het ondernemingsrecht (IVOR nr. 91) 2012/7.3
7.3 Statutair doel in strijd met openbare orde
mr. A.J.P. Schild, datum 06-11-2012
- Datum
06-11-2012
- Auteur
mr. A.J.P. Schild
- JCDI
JCDI:ADS388881:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor zover ik heb kunnen nagaan zijn in de jurisprudentie geen voorbeelden te traceren van rechtspersonen die op grond van hun statutair doel zijn ontbonden.
Met betrekking tot BV’s en NV’s bepaalden de artikelen 2: 68 en 2: 179 BW tot 31 augustus 2001 dat een verklaring van geen bezwaar diende te worden geweigerd in gevallen waarin de akte van oprichting in strijd is met de openbare orde of de wet. Dit is gewijzigd bij de Wet van 22 juni 2001 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de herziening van het preventief toezicht bij oprichting en wijzigingen van statuten van naamloze en besloten vennootschappen (Stb. 2000, 283), waarbij de wettelijke toetsing is beperkt tot een antecedentenonderzoek naar aandeelhouders, bestuurders en feitelijke beleidsbepalers. Vgl. Kamerstukken II, 1998/99, 26 277, nr. 3, p. 1.
Op grond van art. 2: 20 lid 2 BW worden rechtspersonen met een statutair doel dat in strijd is met de openbare orde ontbonden. Op grond van het bepaalde in lid 2 kan de rechter de rechtspersoon in de gelegenheid stellen binnen een bepaalde termijn haar doelstelling aan te passen, alvorens tot ontbinding over te gaan.
Een ontbinding vanwege een statutair doel dat in strijd is met de openbare orde zal zich niet snel voordoen.1 Het behoort tot de taak van de notaris om erop toe te zien dat een statutaire doelstelling niet in strijd is met de openbare orde.2 Het zal van de omstandigheden van het geval afhangen of sprake is van een statutair doel in strijd met de openbare orde. Art. 11 EVRM brengt mee dat daarvoor strikte eisen dienen te worden aangelegd. Zo kan bijvoorbeeld niet iedere vorm van discriminatie verboden worden geacht. Een vereniging die uitsluitend openstaat voor mensen met blauwe ogen, discrimineert (zo zou men kunnen betogen), maar niet op een wijze die in strijd is met de openbare orde. Hetzelfde geldt voor een vereniging die niet openstaat voor hetero’s. Een dergelijke bepaling in de statuten is evident discriminatoir van karakter, maar niet eo ipso ook in strijd met de openbare orde. Wanneer de doelstelling ook direct of indirect aanzet tot haat of geweld jegens andere bevolkingsgroepen, dan wel een achterstelling van andere bevolkingsgroepen beoogt te bewerkstelligen, komt een doelstelling wel snel in de gevarenzone. Als voorbeeld kan worden gewezen op een vereniging met als doel het verstrekken van maaltijden met varkensvlees aan daklozen, zoals aan de orde kwam in de vorige paragraaf. In de praktijk zullen rechtspersonen met een doelstelling die openlijk in strijd is met de openbare orde echter niet snel voorkomen, nu notarissen niet snel bereid zullen zijn de oprichting van een dergelijke rechtspersonen te faciliteren. Het gevolg is dat in de praktijk het eerste lid van art. 2: 20 BW van meer belang is dan het tweede lid.