FED 1999/692
Belegging in opties met tijdelijke overtollige liquide middelen is een onttrekking. Verlies niet aftrekbaar
HR 15-09-1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2860, m.nt. H.A.J.P. te Niet
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 september 1999
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Brunschot, van; Lourens
- Zaaknummer
34647
- Noot
H.A.J.P. te Niet
- LJN
AA2860
- JCDI
JCDI:ADS229464:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting (V)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:AA2860, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑09‑1999
- Wetingang
Art. 7 Wet IB 1964
Essentie
Belegging in opties met tijdelijke overtollige liquide middelen is een onttrekking. Verlies niet aftrekbaar
Samenvatting
Belanghebbende, X, oefent het beroep van orthodontist uit, zowel door middel van een eenmanszaak als door middel van een besloten vennootschap. X maakt in 1989 DM 389 400 over aan A GmbH ter aankoop van call- en putopties. Een gedeelte van dit bedrag (DM 247 900, omgerekend incl. kosten f 279 820) is afkomstig van de bankrekening van de eenmanszaak. Ultimo 1989 komt vast te staan dat het aan A GmbH ter beschikking gestelde bedrag als gevolg van oplichting en verduistering zo goed als zeker verloren is gegaan. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.