Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.3.6.1
16.3.6.1 Inleiding
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413177:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6 sub 2 Verdrag spreekt over 'wet' in plaats van 'verordening', maar mijns inziens is bedoeld het internationale bevoegdheidsrecht. Hiermee is in ieder geval geen wijziging beoogd, zie Vlas, noot onder HR 20 september 2002, NI 2005, 540.
HvJ EG 12 mei 2005, zaak C-112/03, SFIP/Axa Belgium, Jur. 2005, p.1-3707, NJ 2006, 513, r.o. 42 en 43. HvJ 11 oktober 2007, zaak C-98/06, Arnoldsson/Freeport, n.g., r.o. 53 benadrukt dat de laatste zinsnede een verschil is met art. 6 sub, EEX-V°/Verdrag, omdat deze eis voor de laatste bepaling niet geldt.
HvJ EG 15 mei 1990, zaak C-365/88, Hagen/Zeehaghe, Jur. 1990, p. 1-1845, NJ 1991, 557; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-223; Droz, Compétence Judiciaire, p. 74; Gothot/Holleaux, La Convention, p. 63, nr. 112; Verheul, Rechtsmacht, Deel I, p. 60; Kropholler, EZPR, p. 185; Gaudemet-Tallon, Jurisdiction Clauses, p. 133; Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 250; Gaudemet-Tallon, Les Convention, p. 167; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 202; Schlosser, EZPR, p. 96.
Cour de Cassation lère ch. civ, 14 mei 1992, Clunet 1993, p. 151 en vgl. Hof van Justitie 15 mei 1980, zaak C-365/88, Jur. 1990, p. 1-1845, r.o. 11; CA Parijs 22 februari 1990, Clunet 1991, p. 152; anders: Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 250; Kropholler, EZPR, p.185 en Schlosser, EZPR, p. 96.
Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 202; anders: Kropholler, EZPR, p. 185 en Schlosser, EZPR, p. 96.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-224-228; Krop-holler, EZPR, p. 186; Schlosser, EZPR, p. 96.
Art. 6 sub 2 EEX-V°Nerdrag houdt in dat bij een vordering tot vrijwaring, voeging of tussenkomst de verweerder (derde) kan worden opgeroepen of uit eigen wil procespartij wordt voor het gerecht waarvoor de oorspronkelijke vordering aanhangig is, tenzij de vordering slechts is ingesteld om de verweerder af te trekken van de rechter die de EEX-V° c.q. het Verdrag1 hem toekent.
Er zijn twee situaties te onderscheiden. Het gaat om een forumkeuze in de verhouding tussen één of meer van de procespartijen (eiser of verweerder) enerzijds en de derde die in het geding op een verzoek van één der partijen deelnemer in de procedure wordt of intervenieert anderzijds. Een tweede mogelijkheid is dat de forumkeuze is overeengekomen tussen de procespartij en in de hoofdzaak zonder dat de derde partij is bij die forumkeuze.
Beide scenario's dienen te worden onderscheiden, omdat in de eerste situatie de derde is gebonden aan de forumkeuze. De derde heeft meestal een rechtsverhouding tot de procespartijen die afwijkt van de rechtsverhouding tussen de procespartijen onderling. In de tweede situatie is de derde niet gebonden, omdat de forumkeuze in beginsel geen werking heeft jegens de derde die niet met de forumkeuze heeft ingestemd.2 In de tweede situatie is een forumkeuze voor de derde in zoverre van belang, dat hij kan worden opgeroepen in de procedure voor de oorspronkelijke rechter die partijen — zonder betrokkenheid van de derde — hebben gekozen. In tegenstelling tot art. 6 sub 1 EEX-V°Nerdrag, behoeft de hoofdvordering niet aanhangig te zijn bij een gerecht van de woonplaats van de verweerder. Voor toepassing van deze bepaling doet niet ter zake op welke grondslag de bevoegdheid van de rechter in de hoofdzaak is gebaseerd. De bevoegdheid kan ook voortvloeien uit de art. 23 of 24 EEX-V°/17 of 18 Verdrag.3 De bevoegdheid van de rechter in de hoofdzaak mag zelfs worden gebaseerd op een exorbitante bevoegdheidsregel (bijv. art. 14CC of 126 lid 3 Oud Rv).4 Ook kan de bevoegdheid in de hoofdzaak zijn gebaseerd op een forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht.5 De derde krijgt voor toepassing van art. 6 sub 2 EEX-V°Nerdrag in de laatste gevallen dus indirect een exorbitant forum of een forumkeuze tegengeworpen.
Voor de toelating in de hoofdzaak gelden de voorwaarden van art. 6 sub 2 EEX-V°Nerdrag en het nationale procesrecht. Toelating tot de procedure is daarom aan meer beperkingen gebonden dan voortvloeien uit art. 6 sub 2 EEX-V°Nerdrag. Het EEX-V°Nerdrag maken het procesrecht immers niet eenvormig, maar verschaffen een uniforme regeling voor de bevoegdheid. De regels van het nationale procesrecht blijven bestaan naast art. 6 EEX-V°Nerdrag, tenzij de regels van nationaal procesrecht afbreuk doen aan het nuttig effect (`effet utile') van art. 6 EEX-V°Nerdrag.6
Eerst volgt hierna in par. 16.3.6.2 de bespreking van voeging en tussenkomst (vrijwillige interventie), daarna behandel ik in par. 16.3.6.3 de vordering in vrijwaring. Uitdrukkelijke en stilzwijgende forumkeuze bespreek ik in deze paragraaf niet apart, omdat voor beide dezelfde regels van toepassing zijn.