De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.5.1:5.3.5.1 Aandelen als eigendomsrecht
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.5.1
5.3.5.1 Aandelen als eigendomsrecht
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS364826:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 7 november 2002, JOR 2005/111 m.nt. Vossestein (Sovtransavto).
EHRM 7 november 2002, JOR 2005 nr. 112 (Olczak) nt. Vossestein r.o. 71
EHRM 12 december 2002, JOR 2003/224 (Cesnieks).
‘ce capital ou ces actions’.
Zie bijv. EHRM 29 maart 2010, appl.nr. 34044/02 (Depalle).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is vaste jurisprudentie van het EHRM dat de gerechtigdheid tot aandelen kwalificeert als eigendom in de zin van art. 1 EP.1 Uit de rechtspraak van het EHRM is af te leiden dat niet zozeer het vermogensrecht aandeel als het eigendom in de zin van art. 1 EP wordt gezien. In plaats daarvan merkt het EHRM, zoals hierna zal worden uiteengezet, de positie van de aandeelhouder in de vennootschap en alle daaraan in concreto toekomende rechten en belangen aan als het eigendom. Dat past in de hiervoor in par. 5.3.2 uiteengezette lijn.
In de Sovtransavto-uitspraak2 onderkende het EHRM dat een aandeel een complexe bundel van rechten is. Het aandeel behelst meer dan een indirecte aanspraak op het vermogen van de vennootschap. Er zijn ook andere rechten en bevoegdheden aan verbonden die het mogelijk maken om de vennootschap te beïnvloeden, in het bijzonder het stemrecht dat aan het aandeel is verbonden.
Een ander voorbeeld dat de positie van de aandeelhouder in de vennootschap wordt gezien als het eigendom in de zin van art. 1 EP is het Olczak-arrest.3 In die zaak verwaterde het aandeel in het kapitaal van een aandeelhouder van 54% tot 0,4% als gevolg van een door de Poolse centrale bank afgedwongen aandelenemissie. In theorie had het EHRM kunnen oordelen dat geen sprake was van een inmenging in zijn eigendomsrecht, omdat de aandeelhouder zijn aandelen behield. Het EHRM oordeelde echter dat wel sprake was van een inmenging in het eigendomsrecht. De waarde van zijn participatie in de deelneming daalde zo sterk dat de desbetreffende maatregelen kwalificeerden als een ontneming van eigendom. Dit past ook in de in par. 5.3.3.1 geschetste jurisprudentie.
Nog een voorbeeld dat de positie de aandeelhouder in de vennootschap wordt gezien als het eigendom in de zin van art. 1 EP is het Cesnieks-arrest.4 Het ging in die zaak om een aandeelhouder van een coöperatie naar Lets recht die werd omgezet in een naamloze vennootschap naar Lets recht. In het kader van deze omzetting werd Cesnieks weliswaar aandeelhouder van de naamloze vennootschap, maar verloor hij wel zijn stemrecht en werd hij bovendien gebonden aan de blokkeringsregeling die gold voor de betreffende Letse naamloze vennootschap. Kortom, Cesnieks behield zijn participatie in de rechtspersoon, maar zijn rechten en plichten waren wel ingrijpend gewijzigd. In theorie had het EHRM kunnen oordelen dat Cesnieks in feite een vermogensrecht werd ontnomen (zijn aandeel in de coöperatie) en dat hij ter compensatie een ander vermogensrecht kreeg (een aandeel in de naamloze vennootschap). Volgens het EHRM was er echter geen ontneming. Dit omdat Cesnieks in de ogen van het EHRM ‘zijn kapitaal of aandelen’5 behield en omdat de daaraan verbonden economische voordelen niet werden aangetast. Ook hier is de positie in de rechtspersoon dus weer het relevante eigendom en niet het vermogensrecht aandeel.
In dit kader is ook van belang dat wat als eigendomsrechtrecht in de zin van art. 1 EP geldt verdragsautonoom moet worden uitgelegd en niet gebonden is aan de grenzen die het nationale privaatrecht daar aan stelt (zie par. 5.3.2). Ook hier mag niet worden vergeten dat het voor een juiste toepassing van art. 1 EP nodig is “to look behind the appearances and investigate the realities of the situation complained of”.6 Dat betekent dat in voorkomende gevallen ook rechten en bevoegdheden, die naar Nederlands recht voortvloeien uit andere rechtsverhoudingen dan het aandeelhouderschap, onderdeel kunnen zijn van het eigendom aandeel in de zin van art. 1 EP. Denkbaar is bijvoorbeeld dat rechten uit hoofde van bestuurderschap of een aandeelhoudersovereenkomst onderdeel kunnen zijn van het eigendom aandeel in de zin van art. 1 EP (zie ook par. 5.3.5.3).