V-N 2013/19.21
Prejudiciële vragen HR over toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 m.b.t. een zeevarende die voor een Zwitserse werkgever werkt op een Panamese pijpenlegger
HR 09-10-2015, ECLI:NL:HR:2015:2986, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 oktober 2015
- Magistraten
Van den Berge, Schaap, Feteris, Fierstra, Koopman
- Zaaknummer
10/02941
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
BZ6793
- JCDI
JCDI:ADS178200:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:2986, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑10‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑04‑2013
ECLI:NL:HR:2013:BZ6793, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑04‑2013
- Wetingang
art. 6 lid 1 onderdeel a en 6a Aow; art. 12 Bub 1999; art. 13 lid 2, art. 14 lid 2 en 2 Verordening (EEG) nr. 1408/71
Essentie
Prejudiciële vragen HR over toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 m.b.t. een zeevarende die voor een Zwitserse werkgever werkt op een Panamese pijpenlegger
Samenvatting
Belanghebbende X woont in 2004 in Nederland en werkt het gehele jaar aan boord van een onder Panamese vlag varende pijpenlegger. Hij verricht deze werkzaamheden tot 1 juni 2004 in loondienst voor een Nederlandse werkgever en daarna voor een in Zwitserland gevestigde werkgever. Tot 25 augustus 2004 werkt X ook op het Nederlandse deel van het continentale plat. In de daarop volgende periode vinden de werkzaamheden uitsluitend buiten Nederland plaats, namelijk op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.