Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/2.4.4.2
2.4.4.2 Tuchtrecht en klachtrecht
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS304088:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het tucht- en klachtrecht voor accountants, gezamenlijke uitgave van het NIVRA en de NOvAA, 2009, p. 4.
Bevoegdheden vastgelegd in: Verordening op de klachtbehandeling van het NBA, vastgesteld in de bijeenkomst van de Ledenvergadering op 16 december 2013, afgekondigd in Staatscourant 2014, nr. 174.
Blokdijk & Achten (2011), p. 52.
Verordening op de klachtbehandeling, toelichting, p. 6 e.v.
Beckman (2013), p. 651.
Artikel 3 lid 2 Verordening op de klachtbehandeling.
Conform de Verordening Raad voor Geschillen. Vastgesteld in de bijeenkomst van de Ledenvergadering op 16 december 2013, afgekondigd in de Nederlandse Staatscourant van 2014, nr. 172.
Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen tuchtrecht en klachtrecht. Beide zien op de inhoud van het werk of het gedrag van een accountant, ook wel: het beroepsmatig handelen van een accountant.1 Tuchtrecht betreft alsdan klachten die worden voorgelegd aan de tuchtrechter (lees: accountantskamer). Klachtrecht betreft op haar beurt klachten die worden voorgelegd aan een klachteninstantie. Klachteninstanties zijn bijvoorbeeld de klachtencommissie NBA2 of de binnen een accountantskantoor met klachtbehandeling belaste functionaris of commissie.
Oorspronkelijk bevatte het voorstel voor de Wtra een regeling voor een klachtenprocedure. Deze klachtenprocedure had betrekking op zaken die niet behoren tot de wettelijke taken van de accountants, deze klachten zouden voorgelegd moeten worden aan een klachtencommissie. Het tuchtrecht zou zich alsdan uitsluitend richten op de wettelijke taken en de tuchtrechtzaken zouden aan de accountantskamer worden voorgelegd. In de Tweede Kamer rezen echter grote bezwaren tegen deze tweedeling. Daarom is uiteindelijk bepaald dat alle klachten over beroepsmatig handelen van accountants direct aan de accountantskamer kunnen worden voorgelegd.3
Als gevolg hiervan werden alle bepalingen over de inrichting van de klachtencommissies uit het wetsvoorstel geschrapt. In de Wtra wordt bovenstaand onderscheid tussen tuchtrecht en klachtrecht dus niet uitdrukkelijk (meer) gemaakt. In de Wtra wordt slechts naar het klachtrecht verwezen in artikel 38a: ‘De voorzitter van de accountantskamer kan een klacht alvorens deze in behandeling te nemen doorsturen naar de instantie die daarvoor bij verordening van de beroepsorganisatie is aangewezen’. In de toelichting op de Verordening op de klachtbehandeling wordt voornoemd onderscheid nog wel nadrukkelijk gemaakt.4
(Tucht)klachten worden alleen in behandeling genomen door klachtencommissies en/of de accountantskamer indien deze zijn gericht tegen individuele RA’s of AA’s.
De klager kan kiezen of hij zich wil wenden tot de klachtencommissie dan wel tot de tuchtrechter.5 Een klacht kan niet uitsluitend over een declaratie gaan.6 Civielrechtelijke geschillen, zoals over de hoogte van een factuur, het vergoeden van geleden schade en het achterhouden van stukken, dienen voorgelegd te worden aan de civiele rechter dan wel de Raad voor Geschillen van de NBA.7
Schematisch worden de verschillende mogelijkheden bij de verschillende instanties als volgt weergegeven:
Bron: Brochure ‘Het klacht- en tuchtrecht voor accountants’, NBA, januari 2013.
In het hiernavolgende zal ik eerst kort stilstaan bij het klachtrecht. Daarna wordt ingegaan op het tuchtrecht.