25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/54.4:54.4 Procedurele rechtvaardigheid als handvat
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/54.4
54.4 Procedurele rechtvaardigheid als handvat
Documentgegevens:
mr. dr. H.A.M. Grootelaar, prof. dr. K. van den Bos, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. H.A.M. Grootelaar, prof. dr. K. van den Bos
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf bestudeerden we de bestuursrechtelijke regels, beginselen en rechtsbetrekking vanuit onze procedurele rechtvaardigheidsbril om de vraag te beantwoorden of de Awb moet worden gezien als een hulpmiddel of hinderpaal. Hoe moet het antwoord op deze vraag nu luiden?
In onze beantwoording van deze vraag, wijzen wij graag op het mooie artikel van Michiel Scheltema gepubliceerd in het NJB in 2015.1 Volgens hem is het verwezenlijken van de rechtsstaat voor de burger de kerntaak van het bestuursrecht. Het gaat er dan niet om of het systeem op papier klopt, maar of de rechtsstaat werkelijkheid wordt voor de burger. Het is daarom belangrijk dat de Awb niet alleen wordt beoordeeld in termen van wetgeving, maar ook breder als grondslag voor het vormgeven van de verhouding tussen bestuur en burger overeenkomstig de uitgangspunten van de rechtsstaat, aldus Scheltema.2 Zoals recent in het nummer van het Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht met als thema ‘responsief bestuursrecht’ werd geconstateerd, stellen individuen zich ten aanzien van de overheid niet langer alleen op als onderdaan of burger, maar in toenemende mate ook als klant of coproducent van beleid. Deze horizontaliserende ontwikkelingen nopen ertoe om het Nederlandse bestuursrecht vanuit een andere dan zijn klassieke logica te herzien.3 De sociaalpsychologische analyse van ervaren procedurele rechtvaardigheid kan hier een belangrijk handvat bieden.
Het afgelopen decennium is daarnaast het besef gegroeid dat de kwaliteit van het overheidshandelen voor een aanzienlijk deel wordt bepaald door de manier waarop met de burger wordt gecommuniceerd. Maar zoals in de parlementaire geschiedenis van de Awb reeds werd opgemerkt, zijn de doctrine en de jurisprudentie voor wat betreft de voorschriften over de wijze waarop bestuur en burger zich ten opzichte van elkaar dienen te gedragen beduidend minder uitgekristalliseerd dan voor andere onderwerpen die een plek hebben gevonden in de Awb.4
Dit alles brengt ons tot de conclusie dat we ons niet zozeer de vraag moeten stellen of de Awb in procedurele rechtvaardigheidstermen als hulpmiddel of hinderpaal kan worden zien. Liever draaien wij het om: procedurele rechtvaardigheid kan als nuttig handvat dienen voor diegenen die uitvoering geven aan het bestuursrecht en dagelijks werken met de Awb, dus voor bestuursorganen en bestuursrechters die uitleg moeten geven aan de complexe wet- en regelgeving, die hun professionele standaarden in de praktijk brengen en die beginselen als onpartijdigheid en zorgvuldigheid zo goed mogelijk in acht trachten te nemen. Dit alles dient op een voor de burger zo begrijpelijk mogelijke wijze te gebeuren, waarbij niet alleen de regels en procedures op zichzelf, maar vooral de manier waarop de regels worden uitgelegd en de procedures worden uitgevoerd door de actoren binnen het bestuursrecht als eerlijk en rechtvaardig worden ervaren.