BNB 2015/182
Navorderingstermijn voor buitenlandsituaties. Voortvarendheidseis. Tijdstip waarop de navorderingsaanslag is vastgesteld
HR 13-03-2015, ECLI:NL:HR:2015:555, m.nt. J.A.R. van Eijsden
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 maart 2015
- Magistraten
Mrs. Koopman, Schaap, Wortel
- Zaaknummer
14/02992
- Noot
J.A.R. van Eijsden
- JCDI
JCDI:ADS921643:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:555, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑03‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑03‑2015
- Wetingang
Art. 16 lid 4 AWR
Essentie
Navorderingstermijn voor buitenlandsituaties. Voortvarendheidseis. Tijdstip waarop de navorderingsaanslag is vastgesteld
Samenvatting
Naar aanleiding van een verklaring inzake buitenlands vermogen van belanghebbende in november 2009 wenste de Inspecteur over de jaren 1997-2007 na te vorderen. Belanghebbende heeft met de Inspecteur een vaststellingsovereenkomst gesloten die zij bij brief van 10 december 2010 ondertekend aan de Inspecteur heeft geretourneerd. De vaststellingsovereenkomst vermeldt onder meer dat uit praktische overwegingen één navorderingsaanslag IB/PVV 2007 wordt opgelegd. De navorderingsaanslag is gedagtekend 10 januari 2011. Met dagtekening 22 november 2011 is aan belanghebbende een betalingsherinnering gestuurd. Voor het Hof was in geschil of de Inspecteur bij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.