Hof Amsterdam, 14-12-2015, nr. 200.158.910/01 OK
200.158.910/01 OK
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
14-12-2015
- Zaaknummer
200.158.910/01 OK
- Roepnaam
Uw Slager
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
Uitspraak, Hof Amsterdam, 14‑12‑2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:2919, Uitspraak, Hof Amsterdam, 14‑07‑2015; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2015:2765, Uitspraak, Hof Amsterdam, 30‑06‑2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:1893, Uitspraak, Hof Amsterdam, 21‑05‑2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:518, Uitspraak, Hof Amsterdam, 23‑02‑2015; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2015:517, Uitspraak, Hof Amsterdam, 22‑01‑2015
- Wetingang
art. 349a Burgerlijk Wetboek Boek 2
- Vindplaatsen
AR 2015/1325
OR-Updates.nl 2015-0201
Uitspraak 14‑12‑2015
Dit document is (nog) niet beschikbaar gesteld door de rechtsprekende instantie.
Uitspraak 14‑07‑2015
Inhoudsindicatie
uitspraak OK
Partij(en)
Beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.158.910/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 14 juli 2015
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster] ,
gevestigd te Heerenveen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. W.H.M. Cnossen, kantoorhoudende te Heerenveen,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UW SLAGER B.V.,
gevestigd te Heerenveen,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. W.H.M. Cnossen, kantoorhoudende te Heerenveen,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LOSPLAATS BEHEER B.V.,
gevestigd te Peize, gemeente Noorderveld,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. H. Veldman, kantoorhoudende te Roden, gemeente Noorderveld.
1. Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
- -
verzoekster als [verzoekster];
- -
verweerster als Uw Slager; en
- -
belanghebbende als Losplaats.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 22 januari 2015, op schrift gesteld op 19 februari 2015, en de beschikkingen van 23 februari 2015, 21 mei 2015 en 30 juni 2015 in deze zaak.
1.3
Bij de beschikkingen van 22 januari 2015 en 23 februari 2015 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Uw Slager over de periode vanaf 1 januari 2012, mr. G.W. Breuker aangewezen teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 20.000 de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding – Losplaats geschorst als bestuurder van Uw Slager, J. Korringa aangewezen als bestuurder van Uw Slager en bepaald dat één door [verzoekster] gehouden aandeel en één door Losplaats gehouden aandeel ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. J.Tj. Dantuma.
1.4
Bij beschikking van 21 mei 2015 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het bij beschikking van 22 januari 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Uw Slager, ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 35.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.5
Bij brief van 19 juni 2015 heeft mr. Breuker de Ondernemingskamer verzocht om hem een verhoging van de vergoeding van de onderzoekskosten toe te kennen tot een bedrag van in totaal € 42.500, exclusief BTW. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op het verzoek van de onderzoeker te reageren.
1.6
Bij emailbericht van 29 juni 2015 heeft mr. Dijken, namens mr. Breuker, de Ondernemingskamer verzocht om de onderzoekskosten vast te stellen op een bedrag ad
€ 42.500, exclusief BTW, conform het verzoek tot verhoging van de onderzoekskosten van 19 juni 2015.
1.7
Het verslag van het door mr. Breuker verrichte onderzoek met bijlagen (hierna het onderzoeksverslag te noemen) is op 30 juni 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. Bij de op die dag gegeven beschikking heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het onderzoeksverslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.8
Bij emailbericht van 30 juni 2015 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld om zowel op het verzoek van de onderzoeker tot verhoging van de onderzoekskosten als op het verzoek van de onderzoeker om de kosten van het onderzoek vast te stellen te reageren.
1.9
Bij brief van 8 juli 2015 heeft mr. Cnossen namens Uw Slager en Haarsma de Ondernemingskamer bericht dat zij in beginsel kunnen instemmen met de verhoging van de vergoeding en het vaststellen van de onderzoekskosten op een bedrag van € 42.500, maar dat Losplaats de verhoging van deze kosten dient te voldoen. Daartoe hebben Uw Slager en Haarsma aangevoerd dat de liquiditeitspositie van Uw Slager zodanig is dat zij deze kosten niet zelfstandig kan dragen, dat het onderzoek door verzoeken van Losplaats meer tijd in beslag heeft genomen dan aanvankelijk was voorzien en dat uit onderzoeksrapport in ieder geval niet zou volgen dat de oorzaak van het onderhavige geschil bij Haarsma kan worden gelegd.
1.10
Bij brief van 9 juli 2015 heeft mr. Veldman namens Losplaats bericht dat zij zich wat betreft de verzoeken van de onderzoeker zal refereren aan het oordeel van de Ondernemingskamer. Losplaats heeft voorts betwist dat de extra kosten van onderzoeker zijn veroorzaakt door Losplaats en dat uit het onderzoeksverslag volgt dat de oorzaak van het geschil is veroorzaakt door Losplaats. De financiële positie van Uw Slager kan Losplaats niet beoordelen, omdat zij geen inzage heeft in de administratie, aldus Losplaats.
2. De gronden van de beslissing
Nu partijen geen bezwaren hebben aangevoerd en het door de onderzoeker overgelegde kostenoverzicht de Ondernemingskamer verder ook niet onredelijk voorkomt, zal zij - met gelijktijdige verhoging van het maximum tot dat bedrag - de vergoeding van de onderzoeker - overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW - bepalen als hierna te vermelden. De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding om, vooruitlopend op een eventueel verzoek op de voet van artikel 2:354 BW, te bepalen dat de (extra) onderzoekskosten ten laste van Losplaats dienen te komen.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 22 januari 2015 in deze zaak bevolen onderzoek ten hoogste mag kosten tot € 42.500, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker - overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW - op
€ 42.500, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en dr. P.M. Verboom en drs. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink-Schenau, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 14 juli 2015.
Uitspraak 30‑06‑2015
Dit document is (nog) niet beschikbaar gesteld door de rechtsprekende instantie.
Uitspraak 21‑05‑2015
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; verhoging bedrag van het gelaste onderzoek.
Partij(en)
Beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.158.910/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 21 mei 2015
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster],
gevestigd te [.....],
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. W.H.M. Cnossen, kantoorhoudende te Heerenveen,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UW SLAGER B.V.,
gevestigd te Heerenveen,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. W.H.M. Cnossen, kantoorhoudende te Heerenveen,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LOSPLAATS BEHEER B.V.,
gevestigd te Peize, gemeente Noorderveld,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. H. Veldman, kantoorhoudende te Roden, gemeente Noorderveld.
1. Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
- -
verzoekster als [verzoekster];
- -
verweerster als Uw Slager; en
- -
belanghebbende als Losplaats.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 22 januari 2015, op schrift gesteld op 19 februari 2015, en de beschikking van 23 februari 2015 in deze zaak.
1.3
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Uw Slager over de periode vanaf 1 januari 2012, mr. G.W. Breuker aangewezen teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 20.000 de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding – Losplaats geschorst als bestuurder van Uw Slager, J. Korringa aangewezen als bestuurder van Uw Slager en bepaald dat één door [verzoekster] gehouden aandeel en één door Losplaats gehouden aandeel ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. J.Tj. Dantuma.
1.4
Bij brief met bijlagen van 17 april 2015 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht de vergoeding voor de gemaakte en de te maken onderzoekskosten te verhogen naar een bedrag van maximaal € 35.000, exclusief btw De onderzoeker heeft voorts gemeld dat onder de nog te verrichten werkzaamheden in ieder geval vallen het horen van diverse personen, het opmaken van het onderzoeksverslag, alsmede het afronden van het onderzoek.
1.5
Bij brief van 22 april 2015 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 30 april 2015 op het verzoek van de onderzoeker te reageren.
1.6
Bij brief van 29 april 2015 heeft mr. Veldman namens Losplaats de Ondernemingskamer bericht dat het gerechtvaardigd is om van de onderzoeker een concrete opgave te verlangen van de werkzaamheden die nog moeten worden verricht alvorens het onderzoek kan worden afgerond. Zonder nadere toelichting en onderbouwing ziet Losplaats niet in waarom het vastgestelde budget van de onderzoeker zou moeten worden verhoogd.
1.7
Bij brief van 30 april 2015 heeft mr. Cnossen de Ondernemingskamer bericht dat [verzoekster] met het verzoek van de onderzoeker instemt.
2. De gronden van de beslissing
Naar het oordeel van de Ondernemingskamer heeft de onderzoeker zowel de door hem reeds gemaakte kosten als de kosten die hij nog verwacht te zullen moeten maken voldoende onderbouwd. Het verzoek komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal voormeld verzoek van de onderzoeker dan ook toewijzen.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij beschikking van 22 januari 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Uw Slager B.V., gevestigd te Heerenveen, ten hoogste mag kosten tot € 35.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen en bepaalt dat Uw Slager B.V. jegens de onderzoeker aanvullende zekerheid dient te stellen voor de betaling van dit bedrag;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en dr. P.M. Verboom en drs. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink-Schenau, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 21 mei 2015.
Uitspraak 23‑02‑2015
Inhoudsindicatie
OK; enquete; aanwijzing onderzoeker, bestuurder en beheerder van aandelen
Partij(en)
Beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.158.910/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 23 februari 2015
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster] ,
gevestigd te Heerenveen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. W.H.M. Cnossen, kantoorhoudende te Heerenveen,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UW SLAGER B.V.,
gevestigd te Heerenveen,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. W.H.M. Cnossen, kantoorhoudende te Heerenveen,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LOSPLAATS BEHEER B.V.,
gevestigd te Peize, gemeente Noorderveld,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. H. Veldman, kantoorhoudende te Roden, gemeente Noorderveld.
1. Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
- -
verzoekster als Haarsma Beheer;
- -
verweerster als Uw Slager; en
- -
belanghebbende als Losplaats.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 22 januari 2015 in deze zaak.
1.1
Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Uw Slager over de periode vanaf 1 januari 2012, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding – Losplaats geschorst als bestuurder van Uw Slager, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van Uw Slager en bepaald dat één door Haarsma Beheer gehouden aandeel en één door Losplaats gehouden aandeel ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon.
2. De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden personen aanwijzen als respectievelijk onderzoeker, bestuurder en beheerder van aandelen, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 22 januari 2015.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
wijst aan als onderzoeker zoals bedoeld in de beschikking van 22 januari 2015 in deze zaak: mr. G.W. Breuker te Groningen;
wijst aan als bestuurder zoals bedoeld in de beschikking van 22 januari 2015 in deze zaak:
J. Korringa te Zuidlaren;
wijst aan als beheerder van aandelen, zoals bedoeld in de beschikking van 22 januari 2015 in deze zaak: mr. J.Tj. Dantuma te Eelde;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en dr. P.M. Verboom en drs. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink-Schenau, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 23 februari 2015.
Uitspraak 22‑01‑2015
Mrs. P. Ingelse, J. den Boer, M.M.M. Tillema, P.M. Verboom, J.B.M. Streppel
Partij(en)
beschikking van de Ondernemingskamer van 22 januari 2015
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] BEHEER B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. W.H.M. Cnossen, kantoorhoudende te Heerenveen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UW SLAGER B.V,
gevestigd te Heerenveen,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. W.H.M. Cnossen, kantoorhoudende te Heerenveen,
en tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LOSPLAATS BEHEER B.V.,
gevestigd te Peize, gemeente Noorderveld,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. H. Veldman, kantoorhoudende te Roden, gemeente Noorderveld.
1. Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
- —
verzoekster als [A] Beheer;
- —
verweerster als Uw Slager; en
- —
belanghebbende als Losplaats.
1.2
[A] Beheer heeft bij op 4 november 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht — zakelijk weergegeven — bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
- 1.
een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Uw Slagerij vanaf 13 november 2012 tot en met 4 november 2014;
- 2.
bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding:
primair:
- (i)
Losplaats als bestuurder van Uw Slager te ontslaan;
- (ii)
de aandelen van Losplaats (voorlopig) over te dragen aan [A] Beheer;
subsidiair:
- (i)
Losplaats als bestuurder van Uw Slager te schorsen;
- (ii)
het stemrecht op de aandelen van Losplaats aan [A] Beheer over te dragen;
meer subsidiair:
Losplaats te verbieden om haar stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders uit te oefenen;
- 3.
Losplaats te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.3
Losplaats heeft bij op 31 december 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de stellingen van [A] Beheer betwist en harerzijds — naar de Ondernemingskamer begrijpt — verzocht om een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Uw Slager te bevelen vanaf 1 januari 2012. Losplaats heeft voorts verzocht om uitvoerbaar bij voorraad [A] Beheer in haar verzoek niet ontvankelijk te verklaren, althans het verzoek af te wijzen, althans te beslissen als de Ondernemingskamer geraden acht, met veroordeling van [A] Beheer in de kosten van het geding.
1.4
De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 22 januari 2015. Bij die gelegenheid hebben de advocaten nadere, op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij toegezonden producties overgelegd. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord. Mr. Veldman heeft desgevraagd bevestigd dat het verzoek van Losplaats tot het bevelen van een onderzoek als onvoorwaardelijk is bedoeld.
1.5
De Ondernemingskamer heeft — na overleg met partijen en na beraad in raadkamer — onmiddellijk uitspraak gedaan als hierna volgt, onder aankondiging dat de uitwerking van feiten en motivering later zal volgen. Deze beschikking vormt die uitwerking.
2. De feiten
2.1
Uw Slager is op 29 januari 2009 opgericht door [A] Beheer en Losplaats; zij nemen ieder voor 50% in het kapitaal van Uw Slager deel. Het bestuur bestaat uit [A] Beheer en Losplaats, die gezamenlijk bevoegd zijn.
2.2
Uw Slager heeft volgens artikel 2 van haar statuten onder andere tot doel het ‘exploiteren van een concept inzake de styling van detailhandels in vlees en verswaren, genaamd de ‘uw slager’ formule’.
2.3
Stichting Administratiekantoor [A] Beheer B.V. (hierna aan te duiden als Stichting Administratiekantoor) houdt alle aandelen in het kapitaal van [A] Beheer. [naam 1] Holding B.V. (hierna aan te duiden als [naam 1] Holding) en [naam 2] Holding B.V. (hierna aan te duiden als [naam 2] Holding) zijn de bestuurders van Stichting Administratiekantoor. [naam 1] is enig bestuurder en aandeelhouder van [naam 1] Holding en [naam 2] is enig bestuurder en aandeelhouder van [naam 2] Holding.
2.4
Verswaren Logistiek B.V. (hierna aan te duiden als Verswaren Logistiek) is enig bestuurder en aandeelhouder van Losplaats. J.J. Holding B.V. (hierna aan te duiden als J.J. Holding) is enig bestuurder van Verswaren Logistiek. [naam 3] (hierna aan te duiden als [naam 3]) is enig bestuurder en aandeelhouder van J.J. Holding.
2.5
Uw Slager heeft met ongeveer 70 slagerijen overeenkomsten gesloten waarin is bepaald dat deze slagerijen onder bepaalde voorwaarden gebruik maken van de Uw Slager formule. Een van de voorwaarden is dat de slagerijen verplicht zijn om een bepaald percentage producten af te nemen van groothandelaren aangesloten bij de Coöperatie VWU VersGroep (hierna VWU Versgroep).
2.6
[A] Foodimpuls B.V. (voorheen genaamd: [A] Verswaren B.V.), een dochtermaatschappij van [A] Beheer, en [B] Vleeswaren B.V., een dochtermaatschappij van Losplaats, zijn groothandelaren die waren aangesloten bij VWU VersGroep.
2.7
Op 12 december 2012 heeft de vergadering van leden van VWU Versgroep het besluit genomen om de VWU Versgroep te ontbinden. Enkele leden van VWU Versgroep, waaronder [B] Vleeswaren, hebben zich op het standpunt gesteld dat VWU Versgroep niet rechtsgeldig is ontbonden.
2.8
Op 23 november 2012 heeft er een algemene vergadering van aandeelhouders van Uw Slager plaatsgevonden. De (niet ondertekende) notulen vermelden dat [naam 3] naar voren heeft gebracht ‘tot op heden geen inzicht van [de] liquiditeit van Uw Slager B.V. te hebben.’ Voorts heeft [naam 4] opgemerkt ‘een samenwerking inzake Uw Slager B.V. niet meer van toepassing te vinden’.
2.9
In een brief van 4 december 2012 schrijven [naam 4] en [naam 5] aan [naam 3] c.q. Losplaats dat de redenen om de samenwerking op te zeggen zijn:
- ‘1.
Jij hebt je op ondubbelzinnige wijze uitgelaten tijdens een ledenvergadering van de VWU als volgt, te weten datje ondergetekenden oneerlijk vindt, je hebt een motie van wantrouwen door de firma [C] gesteund, hetwelk tot een onmiddellijke vertrouwensbreuk heeft geleid.
- 2.
Ondergetekenden zien Uw Slager B.V. als een middel en niet als een doel. De besloten vennootschap Uw Slager B.V. ondersteunt de groothandel in haar visie en missie. Waarbij Uw Slager uit twee aandeelhouders bestaat waarbij de toegevoegde waarde van [A] Verswaren in termen van deelnemende slagerijen (…) en omzetfee veel groter is als die van [B] Verswaren wordt het gezamenlijke eigenaar zijn van deze Uw Slager B.V. als ballast en buitengewoon hinderlijk ervaren’.
2.10
Op 19 april 2013 heeft er wederom een algemene vergadering van aandeelhouders plaatsgevonden. [naam 3] werd bij die gelegenheid vertegenwoordigd door mr. Veldman. De (niet ondertekende) notulen vermelden — voor zover hier van belang — dat ‘mr. Veldman erkent dat er sprake is van een onwerkbare situatie tussen de aandeelhouders’. Voorts vermelden de notulen: ‘het vertrouwen wat Losplaats aan [A] heeft gegeven is bij Losplaats verdwenen en nu wil Losplaats graag inzage in hetgeen er speelt binnen de onderneming’.
2.11
Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van 11 juni 2014 is de samenstelling van het bestuur van Uw Slager aan de orde gekomen. [naam 3] werd bij die gelegenheid wederom vertegenwoordigd door mr. Veldman. De notulen vermelden — voor zover hier van belang — het volgende:
‘[naam 6] geeft aan dat de heer [naam 3] c.q. Losplaats Beheer BV zich nimmer met het besturen van de vennootschap heeft ingelaten.
De voorzitter geeft aan dat het voorstel beoogt om de juridische situatie binnen de vennootschap in overeenstemming te brengen met de feitelijke praktijk van de afgelopen jaren. In de praktijk ontstaan er problemen omdat de heer [naam 3] nergens voor wil tekenen (…)
De heer [naam 7] merkt op dat hij namens Losplaats Beheer BV niet zal meewerken aan een wijziging van de bestuurssituatie. Ter toelichting merkt hij op dat dit besluit is ingegeven door gebrekkige informatievoorziening en gebrek aan vertrouwen aan de zijde van Losplaats Beheer BV’.
3. De gronden van de beslissing
3.1
[A] Beheer heeft aan haar stelling dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid en juiste gang van zaken van Uw Slager te twijfelen en dat onmiddellijke voorzieningen moeten worden getroffen, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd:
- a.
er doet zich een impasse binnen het bestuur voor. Losplaats neemt een volledig passieve houding in. Zij miskent haar eigen verantwoordelijkheid als bestuurder en maakt zich, gelet op die passieve houding, schuldig aan onbehoorlijk bestuur, waardoor de belangen van Uw Slager worden geschaad;
- b.
er doet zich een impasse voor in de algemene vergadering van aandeelhouders. Losplaats verschijnt niet op de aandeelhoudersvergaderingen of stuurt een gemachtigde, die (steeds) tegenstemt. Er vindt geen inhoudelijke gedachtewisseling plaats. Losplaats handelt daarmee niet als een redelijke aandeelhouder en in strijd met artikel 2:8 BW.
3.2
Losplaats heeft ook harerzijds aangevoerd — zakelijk weergegeven — dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid van Uw Slager te twijfelen. Zij heeft echter betwist dat het een en ander te wijten is aan de passieve houding van Losplaats. Volgens haar gaat [A] Beheer volledig haar eigen gang en bekommert zij zich niet om de belangen van Losplaats.
3.3
Ter terechtzitting heeft de Ondernemingskamer met partijen (en hun advocaten) besproken dat partijen, gelet op hetgeen uit de processtukken naar voren is gekomen en op de over en weer ingenomen standpunten, in de rede ligt dat een onderzoek zal worden gelast naar het beleid en de gang van zaken van Uw Slager B.V. alsmede dat bij wijze van onmiddellijke voorzieningen Losplaats als bestuurder van Uw Slager wordt geschorsten een door de Ondernemingskamer aan te wijzen persoon als tijdelijk bestuurder van Uw Slager B.V. wordt benoemd terwijl voorts een aandeel van [A] Beheer en een aandeel van Losplaats in het kapitaal ten titel van beheer worden overgedragen aan een door de Ondernemingskamer aan te wijzen beheerder, een en ander zoals hierna volgt. Partijen hebben verklaard daarmee in te stemmen. Losplaats heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen schorsing als bestuurder.
3.4
Bij deze stand van zaken kan de Ondernemingskamer volstaan met de volgende overwegingen.
3.5
Partijen wijzen elkaar aan als de veroorzaker van de gestoorde verhoudingen, die hebben geleid tot een diepgaand wantrouwen tussen hen en een impasse in de algemene vergadering van aandeelhouders en in het bestuur. Dat de verhoudingen tussen partijen aldus ernstig zijn verstoord, daarover zijn zij het echter eens. Dit levert gegronde redenen op om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Uw Slager te twijfelen. De Ondernemingskamer zal op die grond een onderzoek bevelen over de periode vanaf 1 januari 2012.
3.6
In deze procedure is gebleken dat partijen niet in staat zijn zelf de impasse en de daaruit voortvloeiende problemen op te lossen. Dat noopt naar het oordeel van de Ondernemingskamer tot het treffen van de volgende onmiddellijke voorzieningen. Losplaats, die zich feitelijk niet bezig hield en houdt met bestuurswerkzaamheden, zal als bestuurder van Uw Slager worden geschorst. De Ondernemingskamer acht het voorts noodzakelijk om vooralsnog voor de duur van het geding een bestuurder te benoemen, die in alle gevallen een beslissende stem heeft en zelfstandig bevoegd is om Uw Slager te vertegenwoordigen. Teneinde vruchtbaar overleg en besluitvorming op aandeelhoudersniveau weer mogelijk te maken, zal de Ondernemingskamer verder bepalen dat één aandeel van [A] Beheer en één aandeel van Losplaats ten titel van beheer zijn overgedragen aan een door de Ondernemingskamer aan een beheerder. Voor verdere onmiddellijke voorzieningen ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding.
3.7
De Ondernemingskamer acht ten slotte termen aanwezig de kosten van het geding tussen de verschenen partijen te compenseren zoals hierna te vermelden.
4. De beslissing
De Ondernemingskamer:
beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Uw Slager B.V., over de periode vanaf 1 januari 2012;
benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten;
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 20.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Uw Slager B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoege van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen;
benoemt mr. P. Ingelse tot raadsheer-commissaris als bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW;
schorst, bij wijze van onmiddellijke voorziening, vooralsnog voor de duur van het geding en voor zover nodig in afwijking van de statuten van Uw Slager B.V. Losplaats Beheer B.V. als bestuurder van Uw Slager B.V.;
benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, voor zover nodig in afwijking van de statuten, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van Uw Slager B.V. met beslissende stem en bepaalt dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Uw Slager B.V. te vertegenwoordigen;
bepaalt dat het salaris en de kosten van deze bestuurder ten laste komen van Uw Slager B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoege van de bestuurder vóór de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen;
bepaalt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding dat één door [A] Beheer B.V. gehouden aandeel en één door Losplaats B.V. gehouden aandeel in Uw Slager B.V. met ingang van heden ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon;
bepaalt dat het salaris en de kosten van deze beheerder ten laste komen van Uw Slager B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoege van de beheerder vóór de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen;
compenseert de kosten van het geding tussen de verschenen partijen aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en dr. P.M. Verboom en drs. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink-Schenau, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 22 januari 2015 en op schrift gesteld op 19 februari 2015.