Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/2.3.1.2.3
2.3.1.2.3 Mededingingsbeperkende gevolgen
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183446:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 17 (met verdere verwijzingen) van de Richtsnoeren betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag, PbEU 2004 C-101/97. In het vervolg van dit boek afgekort als Richtsnoeren artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag.
HvJ EG 28 februari 1991, C-234/89, ro. 11-12 (Delimitis).
HvJ EG 28 februari 1991, C-234/89, ro. 13 (Delimitis).
HvJ EG 28 februari 1991, C-234/89, ro. 16 (Delimitis).
HvJ EG 28 februari 1991, C-234/89, ro. 22 (Delimitis).
Richtsnoeren artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag, par. 24 (met verdere verwijzingen).
Richtsnoeren artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag, par. 24. Ik kom op de ‘merkbaarheid’ van kartelafspraken terug in par. 2.3.2.1.
Richtsnoeren artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag, par. 27.
Niet van alle kartelafspraken is het schadelijke karakter op basis van ervaring en economische kennis bij voorbaat zo duidelijk dat de concrete mededingingsbeperkende gevolgen niet meer in aanmerking hoeven te worden genomen. Voor afspraken die niet ertoe strekken de mededinging te beperken moeten dus de mededingingsbeperkende gevolgen worden aangetoond. Het toetsingskader is een feitelijk en grondig marktonderzoek naar de daadwerkelijke of potentiële mededingingsbeperkende gevolgen waarbij aan de hand van alle relevante marktfactoren een vergelijking moet worden gemaakt tussen de huidige marktsituatie en de marktsituatie zoals die zou zijn geweest zonder de beweerde kartelafspraak.1 Een voorbeeld biedt het arrest Delimitis waarin het gaat om een geschil tussen een caféhouder en een brouwerij in Duitsland. De vraag die ter beoordeling voorlag, was of een bierleveringscontract met een exclusieve afnameverplichting verenigbaar was met het kartelverbod. Het Hof overweegt dat de bierleveringscontracten zowel voordelen voor de leverancier (een zekere afzetgarantie) als voor de verkoper (toegang tot de markt van bierdistributie tegen bevoorradingsgarantie) met zich meebrengen.2 Hoewel dit soort overeenkomsten niet het doel heeft om de mededinging te beperken, diende volgens het Hof te worden onderzocht of zij tot gevolg hadden de mededinging te beperken.3 Daarvoor moest worden nagegaan in hoeverre een bierleveringscontract van invloed was op de toegang van binnenlandse als buitenlandse ondernemingen tot de markt van bierconsumptie. Het Hof geeft voor dat onderzoek een aantal belangrijke handvatten. In de eerste plaats moet de relevante markt worden afgebakend.4 Vervolgens moet worden nagegaan of de toegang tot de markt voor binnenlandse of buitenlandse ondernemingen wordt belemmerd. Daarbij moet rekening worden gehouden met de mededingingsverhoudingen op de relevante markt (het aantal en de grootte van de producenten alsmede de verzadigingsgraad van de markt en getrouwheid van consumenten aan bepaalde merken).5
Geconcludeerd kan worden dat, om een beperking van de mededinging tot gevolg te hebben, de overeenkomst met een voldoende mate van waarschijnlijkheid op de relevante markt negatieve gevolgen zal moeten hebben op het punt van prijzen, productie, innovatie, of het aanbod of kwaliteit van de goederen en diensten.6 Deze ongunstige gevolgen dienen merkbaar te zijn.7 Voor het in kaart brengen van de ongunstige gevolgen van een bepaalde afspraak voor de mededinging moet de relevante markt worden afgebakend waarbij rekening moet worden gehouden met de aard van de producten, de marktpositie van partijen, concurrenten en afnemers, het bestaan van potentiële concurrenten en de omvang van toetredingsdrempels.8 Hoe de afbakening van een relevante markt precies in zijn werk gaat, bespreek ik uitvoeriger in par. 2.4.1 en in hoofdstuk 3 onder par. 3.3.2.